Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv hoeft niet terug te komen van ZW-beëindiging uit 2010 omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen

Weigering terug te komen van het besluit tot beëindiging ZW-uitkering. Terecht geoordeeld dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:741Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
3 juni 2026

In het kort

  • De ZW-uitkering van appellante werd bij besluit van 10 augustus 2010 beëindigd omdat zij per 11 augustus 2010 geschikt werd geacht voor haar eigen werk als offi
  • Het verzoek van september 2022 om terug te komen van dat besluit werd afgewezen bij beslissing op bezwaar van 24 juni 2024, na een rapport van een verzekeringsa
  • Informatie van Cirya GGZ uit 2021, 2022 en 2023 is geen nova: de diagnose depressie is in 2021 gesteld en zegt niet zonder meer iets over de medische situatie v
  • Krantenartikelen over fouten van het Uwv zijn algemeen van aard en hebben geen betrekking op appellante en haar situatie in 2010, en gelden daarmee niet als nie
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 april 2025 en wijst het verzoek om een deskundige te benoemen af.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante was werkzaam als officemanager en meldde zich op 15 september 2009 ziek vanwege spanningsklachten na een traumatische ervaring. Zij ontving een ZW-uitkering die bij besluit van 10 augustus 2010 werd beëindigd, omdat zij per 11 augustus 2010 geschikt werd geacht voor haar eigen werk. Na eerdere verzoeken in 2011 en 2012 deed appellante in september 2022 opnieuw een verzoek om van dat besluit terug te komen. Het Uwv wees dit af. De beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 is het bestreden besluit in deze zaak.

De centrale vraag is of appellante nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding geven om terug te komen van het besluit van 10 augustus 2010. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend. Appellante wees op informatie van Cirya GGZ uit 2021, 2022 en 2023 over aanhoudende psychische klachten als gevolg van een traumatische ervaring, op krantenartikelen over fouten van het Uwv, en op het feit dat zij geen afschrift van het oorspronkelijke besluit had ontvangen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 19 juni 2024 gemotiveerd dat de informatie uit 2021, 2022 en 2023 de medische situatie van appellante per de datum in geding niet in een ander licht plaatst. De diagnose van een depressie is in 2021 gesteld en zegt niet zonder meer iets over de aanwezigheid van een depressie op de datum in geding. De psychische klachten waren bij de eerdere beoordeling al bekend en zijn destijds meegewogen. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank.

De krantenartikelen over het Uwv zijn algemeen van aard en hebben geen betrekking op appellante en haar situatie in 2010; zij vormen geen nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt afgewezen, omdat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit niet is komen vast te staan. De stelling dat appellante het besluit van 10 augustus 2010 niet kent, volgt de Raad evenmin: appellante heeft destijds tijdig bezwaar gemaakt en eerder al verzocht om terugkomen van dat besluit.

Nu er geen nova zijn en de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit niet vaststaat, is de afwijzing ook niet evident onredelijk. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 april 2025 wordt bevestigd.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De uitspraak bevestigt dat een verzoek om terug te komen van een oude ZW-beslissing alleen kans maakt als er daadwerkelijk nieuwe feiten of omstandigheden zijn die de medische situatie op de oorspronkelijke beoordelingsdatum in een ander licht plaatsen. Medische informatie die betrekking heeft op een later tijdvak, zoals een diagnose die pas jaren later is gesteld, volstaat daarvoor niet. Krantenartikelen over algemene tekortkomingen van het Uwv zijn evenmin voldoende, omdat zij geen betrekking hebben op de individuele situatie van de werknemer op de datum in geding.

Vragen over deze uitspraak

Wat zijn nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb?

Het gaat om feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, of die weliswaar vóór dat besluit zijn voorgevallen maar die niet eerder konden worden aangevoerd. Bewijsstukken van al eerder gestelde feiten tellen ook mee als nieuwe feiten, maar alleen als ze niet eerder konden worden overgelegd.

Tellen behandelverslagen van jaren later mee als nieuwe feiten voor een beoordeling in het verleden?

Niet automatisch. De verzekeringsarts bezwaar en beroep beoordeelt of die stukken de medische situatie op de eerdere datum in een ander licht plaatsen. In deze zaak oordeelde de Raad dat informatie uit 2021, 2022 en 2023 niets zegt over de toestand van appellante in 2010, omdat de diagnose depressie pas in 2021 is gesteld.

Kan een rechter alsnog een deskundige benoemen als iemand het niet eens is met een oude medische beoordeling?

Niet als er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Raad wees het verzoek om een deskundige te benoemen af, omdat appellante in feite opnieuw een discussie wilde voeren over de juistheid van het besluit van 10 augustus 2010, waarvoor geen plaats is bij gebreke van nova.

Maakt het uit dat iemand stelt het oorspronkelijke besluit niet te kennen?

Nee, niet als uit de feiten blijkt dat het besluit destijds is ontvangen. De Raad verwierp deze stelling omdat appellante tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 10 augustus 2010 en eerder al had verzocht om daarvan terug te komen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket