Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep kent ex-werknemer een IVA-uitkering toe per 27 november 2017 omdat het Uwv de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende heeft gemotiveerd
Einduitspraak. Vaststelling ingangsdatum van een IVA-uitkering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende gemotiveerd dat per 1 september 2018…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:927Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 3 juli 2026
In het kort
- De Raad kent ex-werknemer met ingang van 27 november 2017 een IVA-uitkering toe, nadat het Uwv er niet in slaagde de motiveringsgebreken te herstellen.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep ging ten onrechte uit van een interne opname van augustus 2017 tot mei 2018; de stukken tonen dat de behandeling al in jan
- Het Uwv reageerde niet op de rapporten van verzekeringsarts Derks (29 maart 2020, 14 april 2020, 4 juni 2020 en 8 juli 2020), terwijl de tussenuitspraak daartoe
- De redelijke termijn is met 31 maanden overschreden, wat leidt tot een totale schadevergoeding van € 3.000,-: € 2.322,58 ten laste van de Staat en € 677,42 ten
- Het Uwv wordt veroordeeld in proceskosten van € 3.502,50 en de Staat in € 233,50; het Uwv vergoedt ook het griffierecht van € 541,-.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
De Raad oordeelt dat het Uwv het gebrek niet heeft hersteld. Uit de stukken blijkt namelijk niet dat ex-werknemer van augustus 2017 tot mei 2018 opgenomen was. Andere dossiergegevens, waaronder het rapport van de verzekeringsarts van 28 september 2017, wijzen erop dat de interne behandeling juist tot januari 2017 duurde en dat een nabehandeling liep tot begin september 2017. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is dus uitgegaan van een feitelijk onjuist behandelverloop.
Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 11 februari 2026 niet gemotiveerd gereageerd op de rapporten van verzekeringsarts Derks, terwijl de tussenuitspraak daartoe uitdrukkelijk opdracht had gegeven. Derks had in zijn rapporten van 29 maart 2020, 14 april 2020, 4 juni 2020 en 8 juli 2020 gesteld dat ex-werknemer al sinds 1995 verslaafd was aan alcohol, dat de intensieve behandelingen al waren afgebouwd per 26 november 2017 en dat er geen behandelmogelijkheden meer waren waarvan verbetering verwacht kon worden, al op de datum einde wachttijd.
Nu het Uwv de gebreken niet heeft hersteld, voorziet de Raad zelf in de zaak en kent ex-werknemer met ingang van 27 november 2017 een IVA-uitkering toe. Het besluit van 29 augustus 2019 wordt herroepen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
De uitspraak bevestigt dat een werkgever die eigenrisicodrager is of anderszins financieel belang heeft bij de ingangsdatum van een IVA-uitkering, met succes kan aanvechten dat de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid pas op een later moment wordt aangenomen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de duurzaamheid pas per 1 september 2018 is aangenomen, en stelde de ingangsdatum vast op 27 november 2017. De werkgever (appellante) ontvangt daarnaast een schadevergoeding van in totaal € 677,42 van het Uwv en € 2.322,58 van de Staat wegens overschrijding van de redelijke termijn, alsmede een proceskostenveroordeling van € 3.502,50 ten laste van het Uwv en € 233,50 ten laste van de Staat.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Ex-werknemer heeft met ingang van 27 november 2017 recht op een IVA-uitkering in plaats van de eerder toegekende ingangsdatum van 27 november 2018. De Raad stelde vast dat er geen medische grond was om de duurzaamheid van zijn volledige arbeidsongeschiktheid pas op een later moment aan te nemen, mede gelet op de rapporten van verzekeringsarts Derks waaruit blijkt dat er al op de datum einde wachttijd geen behandelmogelijkheden meer waren waarvan verbetering te verwachten viel.
Vragen over deze uitspraak
Waarom gaat de IVA-uitkering in op 27 november 2017 en niet op 1 september 2018?
Omdat het Uwv niet aannemelijk heeft gemaakt dat er tussen augustus 2017 en september 2018 een relevante behandeling plaatsvond die de medische situatie verbeterde. De stukken tonen dat de interne behandeling al in januari 2017 was geëindigd, niet in mei 2018, zodat de redenering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep de ingangsdatum van 1 september 2018 niet kon dragen.
Wat was het probleem met het herstelrapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 februari 2026?
Het rapport ging uit van een feitelijk onjuist behandelverloop en reageerde niet op de rapporten van verzekeringsarts Derks, terwijl de tussenuitspraak daartoe uitdrukkelijk opdracht had gegeven. Derks had geconcludeerd dat er al op de datum einde wachttijd geen behandelmogelijkheden meer waren waarvan verbetering kon worden verwacht.
Hoe hoog is de schadevergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn en wie betaalt wat?
De totale schadevergoeding bedraagt € 3.000,-. De Staat betaalt € 2.322,58 en het Uwv betaalt € 677,42, omdat de overschrijding van de redelijke termijn bij de bestuursrechter voor het grootste deel (24 van de 31 maanden overschrijding) voor rekening van de Staat komt.
Hoe lang heeft de procedure geduurd en hoeveel was de maximaal toegestane termijn?
De procedure heeft zes jaar en bijna zeven maanden geduurd, gerekend vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 6 december 2019. De redelijke termijn voor een procedure in drie instanties bedraagt in beginsel vier jaar, zodat de overschrijding twee jaar en bijna zeven maanden (31 maanden) bedroeg.
Verwante uitspraken
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


