Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Geen WIA-uitkering voor appellante omdat objectieve toename van beperkingen per 18 september 2020 niet is aangetoond

Weigering WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd minder dan 35% is.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:486Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
22 april 2026

In het kort

  • Appellante meldde zich op 23 april 2021 met toegenomen klachten met ingang van 18 september 2020; de datum in geding is 18 september 2020.
  • Het Uwv weigerde een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd minder dan 35% was; de FML dateert van 1 februari 2022.
  • De Raad benoemde verzekeringsarts drs. M. Roos-Vervoort als onafhankelijk deskundige; zij rapporteerde op 28 mei 2025 dat geen objectieve toename van beperkinge
  • De deskundige concludeerde dat appellante op 18 september 2020 in staat was acht uur per dag en 40 uur per week te werken.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigde op 22 april 2026 de uitspraak van de rechtbank Den Haag en liet de weigering van de WIA-uitkering in stand.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, die eerder een WGA-uitkering had gekregen wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, meldde zich op 23 april 2021 bij het Uwv met toegenomen klachten met ingang van 18 september 2020. Zij stelde meer medische beperkingen te hebben dan het Uwv had aangenomen, onder meer door ADHD, ASS, fibromyalgie, spondylartrose en het Raynaud syndroom, en beriep zich op een rapport van Argonaut dat een urenbeperking bevatte. Het Uwv weigerde een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd minder dan 35% bleef. De FML van 1 februari 2022 lag ten grondslag aan het bestreden besluit van 2 februari 2022.

De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep twijfelde de Raad aanvankelijk aan de juistheid van de medische beoordelingen en benoemde verzekeringsarts drs. M. Roos-Vervoort als onafhankelijk deskundige. De deskundige rapporteerde op 28 mei 2025 dat uit de beschikbare medische informatie geen objectieve toename van beperkingen per 18 september 2020 blijkt. De ervaren klachten zijn grotendeels een voortzetting van eerder vastgestelde problematiek. De deskundige kon zich verenigen met het standpunt van de verzekeringsarts dat appellante op 18 september 2020 in staat was om acht uur per dag en 40 uur per week te werken.

De Raad volgde de deskundige. Het deskundigenrapport gaf blijk van een zorgvuldig en uitgebreid onderzoek, was inzichtelijk en consistent gemotiveerd en kwam overtuigend voor. De reactie van psychiater Baoutou en MEA Sluiter namens appellante was onvoldoende om de bevindingen van de deskundige niet te volgen, omdat de inschatting van Baoutou over het lichamelijke aspect slechts was gebaseerd op anamnestisch verkregen informatie en voor de gestelde toename van psychische beperkingen een duidelijke medische onderbouwing ontbrak. Het verslag van gynaecoloog Soufidi zag niet op de datum in geding. Een nieuw deskundigenonderzoek was niet nodig.

Voor de arbeidskundige beoordeling zag de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de geduide functies in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de weigering de WIA-uitkering toe te kennen bleef in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van de WIA-uitkering blijft in stand omdat niet is aangetoond dat de beperkingen op 18 september 2020 objectief zijn toegenomen ten opzichte van de eerder vastgestelde situatie. De Raad oordeelde dat de FML van 1 februari 2022 in voldoende mate rekening houdt met de op die datum bestaande beperkingen, en dat appellante op dat moment in staat was acht uur per dag en 40 uur per week te werken. Medische stukken die zien op een latere periode of die niet zijn onderbouwd met objectieve bevindingen over de datum in geding wegen niet mee bij de herleving van het recht op een WGA-uitkering.

Vragen over deze uitspraak

Waarom kreeg appellante geen WIA-uitkering?

De mate van arbeidsongeschiktheid was op 18 september 2020 ongewijzigd minder dan 35%. De onafhankelijk deskundige concludeerde dat uit de beschikbare medische informatie geen objectieve toename van beperkingen per die datum bleek, en de Raad volgde die conclusie.

Waarom werd het rapport van Argonaut over de urenbeperking niet overgenomen?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat het rapport van Argonaut geen nieuwe medische gegevens bevat waarmee een toename van de klachten kan worden onderbouwd, en dat de door Argonaut aangegeven urenbeperking conform de WIA-beoordeling niet gevolgd kan worden.

Waarom benoemde de Raad een eigen deskundige, en wat was de uitkomst?

De Raad benoemde verzekeringsarts drs. Roos-Vervoort omdat twijfel was ontstaan over de juistheid van de medische beoordelingen. Haar rapport van 28 mei 2025 nam die twijfel weg: de in de FML van 1 februari 2022 vastgelegde belastbaarheid per 18 september 2020 werd als juist beoordeeld.

Telt de diagnose ASS die later door specialisten van MEIGroep is bevestigd mee bij de beoordeling?

De Raad ging hier niet op in als zelfstandige grond voor verdergaande beperkingen. De deskundige had de opvatting van psychiater Baoutou in haar beoordeling betrokken maar oordeelde dat voor een toename van psychische beperkingen per datum in geding een duidelijke medische onderbouwing ontbrak.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket