Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Dagloon WIA-uitkering touringcarchauffeur terecht vastgesteld op historisch loon uit coronaperiode ondanks lagere onregelmatigheidstoeslag

Vaststelling dagloon WIA-uitkering. In verband met Corona heeft appellante in de referteperiode minder onregelmatigheidstoeslag ontvangen dan zij gewend was.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:484Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
22 april 2026

In het kort

  • Het WIA-dagloon van appellante is na indexering vastgesteld op € 83,59, gebaseerd op de referteperiode 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020.
  • Appellante ontving in die referteperiode vanwege coronamaatregelen vanaf februari 2020 geen of veel minder onregelmatigheidstoeslag, wat het dagloon drukte.
  • De Raad bevestigt dat de referteperiode dwingend volgt uit de Wet WIA en het Dagloonbesluit en niet kan worden losgekoppeld van de eerste arbeidsongeschiktheids
  • De wijze waarop de arbeidsdeskundige het maatmaninkomen berekende, is niet relevant voor het dagloon: de begrippen berusten op verschillende wettelijke bepaling
  • Het Dagloonbesluit kent, anders dan artikel 7a van het Schattingsbesluit, geen mogelijkheid om een afwijkende referteperiode of aangiftetijdvakken buiten bescho

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als touringcarchauffeur en meldde zich op 21 september 2020 ziek. Per 19 september 2022 ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering. Het Uwv stelde het WIA-dagloon na indexering vast op € 83,59, op basis van de referteperiode 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020. In die periode ontving appellante vanwege de coronamaatregelen vanaf februari 2020 geen of aanzienlijk minder onregelmatigheidstoeslag (ORT) dan gebruikelijk. Zij stelde dat het berekende dagloon daardoor geen goede weerspiegeling was van haar werkelijke welvaartsniveau en beriep zich op het evenredigheidsbeginsel voor een afwijkende referteperiode of een gemiddeld ORT-bedrag over eerdere jaren.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De referteperiode volgt dwingend uit artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 13, eerste lid, van het Dagloonbesluit en kan niet worden losgekoppeld van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Het gaat om het historisch dagloon: het loon dat daadwerkelijk is genoten in de referteperiode. Dat periodes met minder loon een negatieve invloed hebben op het dagloon is inherent aan dit systeem. De besluitgever maakt geen onderscheid naar de reden van de lagere inkomsten, ook niet als die reden buiten de invloedssfeer van de werknemer ligt zoals bij de coronapandemie.

Appellante wees erop dat de arbeidsdeskundige bij de berekening van het maatmaninkomen wel rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheid van de coronamaatregelen en de periode vóór 1 februari 2020 als representatief had aangemerkt. De Raad verwerpt deze vergelijking. De vaststelling van het maatmanloon staat los van de vaststelling van het dagloon: de begrippen verschillen, de wettelijke grondslagen zijn verschillend en zij dienen niet dezelfde doelen. Artikel 7a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten biedt de mogelijkheid om bij de berekening van het maatmaninkomen aangiftetijdvakken buiten beschouwing te laten of een afwijkende periode vast te stellen, maar een soortgelijke bepaling ontbreekt in het Dagloonbesluit.

De Raad concludeert dat de door appellante gestelde bijzondere omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit voor haar onredelijk bezwarend is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant wordt bevestigd en het dagloon van € 83,59 blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het dagloon van uw WIA-uitkering is vastgesteld op het loon dat u daadwerkelijk hebt ontvangen in de wettelijke referteperiode, ook als u in die periode door de coronamaatregelen minder onregelmatigheidstoeslag ontving dan normaal. De Raad bevestigt dat dit het juiste uitgangspunt is en dat het Dagloonbesluit geen ruimte biedt om een andere periode te kiezen of een gemiddelde over eerdere jaren te hanteren. Het feit dat de arbeidsdeskundige voor het maatmaninkomen wel een aangepaste periode heeft gebruikt, verandert daar niets aan: die berekening staat los van het dagloon en berust op een andere wettelijke regeling.

Vragen over deze uitspraak

Kan het dagloon hoger worden vastgesteld als de referteperiode toevallig een coronaperiode met lager loon bevat?

Nee, de Raad oordeelt dat het historisch dagloon bepalend is en dat de referteperiode dwingend volgt uit de Wet WIA en het Dagloonbesluit. De besluitgever maakt geen onderscheid naar de reden waarom in een periode minder loon is ontvangen, ook niet als de oorzaak buiten de invloedssfeer van de werknemer lag.

Mag de arbeidsdeskundige voor het maatmaninkomen een andere periode gebruiken dan voor het dagloon?

Ja. Artikel 7a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten biedt de mogelijkheid om bij de berekening van het maatmaninkomen aangiftetijdvakken buiten beschouwing te laten of een afwijkende periode vast te stellen. Een soortgelijke bepaling is niet opgenomen in het Dagloonbesluit, zodat de twee berekeningen los van elkaar staan.

Is een lager dagloon door coronagerelateerde ORT-uitval onevenredig in de zin van het evenredigheidsbeginsel?

Nee, niet in dit geval. De Raad oordeelt dat de bijzondere omstandigheden van appellante niet leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit voor haar onredelijk bezwarend is. Dat appellante in andere omstandigheden gewend was meer ORT te ontvangen, maakt het niet onevenredig uit te gaan van het historisch dagloon.

Maakt het verschil dat de lagere toeslag betrekking had op de reguliere arbeidstijd en niet op overuren?

Nee. De Raad gaat niet mee in het betoog van appellante dat haar situatie daarom anders is dan de zaak waarover de Raad op 23 oktober 2025 uitspraak deed. Het oordeel over het historisch dagloon en de dwingende referteperiode geldt ongeacht welk loonbestanddeel lager uitviel.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket