Centrale Raad van Beroep
Dagloon IVA-uitkering juist vastgesteld ondanks beroep op onjuiste eerste ziektedag en medische afzakker
Vaststelling hoogte dagloon voor IVA-uitkering. Geen medische afzakker. Het Uwv heeft, uitgaande van 5 februari 2021 als eerste ziektedag, het WIA-dagloon…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:903Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 juli 2026
In het kort
- Het Uwv stelde het dagloon voor de IVA-uitkering per 3 februari 2023 vast op € 87,08, gebaseerd op de eerste ziektedag van 5 februari 2021.
- Het besluit van 20 september 2018 tot beëindiging van de ZW-uitkering per 30 november 2018 is in rechte onaantastbaar geworden; de Raad oordeelde dat dit beslui
- Appellant meldde op de medische vragenlijst van 20 augustus 2018 geen handklachten; pas in juni 2022 sprak hij voor het eerst over ernstige beperkingen aan zijn
- Volgens vaste rechtspraak is er geen ruimte voor analoge toepassing van de rechtspraak over de medische afzakker in het kader van het dagloon.
- Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet: het dagloon is representatief voor het inkomen voorafgaand aan de eerste ziektedag van 5 februari 2021.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant ontving per 3 februari 2023 een IVA-uitkering. Het Uwv stelde het dagloon vast op € 87,08, gebaseerd op de eerste ziektedag van 5 februari 2021 en het loon dat appellant verdiende bij zijn laatste werkgever, [bedrijf]. Appellant bestreed de hoogte van het dagloon op drie gronden.
Ten eerste stelde appellant dat zijn ZW-uitkering in 2018 ten onrechte was beëindigd en dat hij doorlopend arbeidsongeschikt was vanaf 30 oktober 2017. Als die eerdere datum als eerste ziektedag zou gelden, zou de referteperiode verschuiven naar het dienstverband bij [naam B.V.], waar appellant een hoger loon verdiende. De Raad verwierp dit standpunt. Het besluit van 20 september 2018 tot beëindiging van de ZW-uitkering per 30 november 2018 is in rechte onaantastbaar geworden. Om hiervan terug te komen zijn nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vereist, of moet het besluit evident onjuist zijn. De Raad oordeelde dat daarvan geen sprake is. Appellant meldde in 2018 op een medische vragenlijst geen handklachten, en uit de beschikbare medische informatie bleek niet dat hij na 2014 bij de dokter had geklaagd over functioneringsproblemen aan zijn rechterhand. Pas in juni 2022 sprak appellant voor het eerst over ernstige beperkingen aan zijn rechterhand. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wees op deze discrepantie, en de Raad achtte die conclusie navolgbaar.
Ten tweede beriep appellant zich op de figuur van de medische afzakker: hij zou na de beëindiging van de ZW-uitkering om medische redenen een lager betaalde baan hebben aanvaard bij [bedrijf], zodat voor het dagloon moest worden uitgegaan van het hogere loon bij [naam B.V.]. De Raad verwierp ook dit standpunt. Volgens vaste rechtspraak is er geen ruimte voor een analoge toepassing van de rechtspraak over de medische afzakker in het kader van het dagloon.
Ten derde voerde appellant aan dat de strikte toepassing van artikel 16 van het Dagloonbesluit in zijn geval tot een onevenredige uitkomst leidde. De Raad overwoog dat het bestreden besluit berust op een gebonden bevoegdheid neergelegd in een algemeen verbindend voorschrift en beoordeelde of bijzondere omstandigheden maakten dat de toepassing voor appellant onredelijk bezwarend was. De Raad oordeelde van niet: nu de eerste ziektedag terecht is vastgesteld op 5 februari 2021, is het dagloon representatief voor het inkomen dat appellant genoot voorafgaand aan die datum.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigde dat het dagloon voor de IVA-uitkering van appellant op € 87,08 blijft staan. Een eerder onherroepelijk besluit over de beëindiging van een ZW-uitkering kan alleen worden heropend als er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, of als dat besluit evident onjuist is; het enkel stellen dat beperkingen al eerder aanwezig waren is daarvoor onvoldoende. Het feit dat een werknemer daarna in een lager betaalde baan is gaan werken, biedt geen grond om bij de dagloonsberekening terug te grijpen op het hogere loon uit een eerder dienstverband.
Vragen over deze uitspraak
Waarom ging het Uwv uit van 5 februari 2021 als eerste ziektedag en niet van 30 oktober 2017?
Het besluit van 20 september 2018 waarbij de ZW-uitkering per 30 november 2018 werd beëindigd, is in rechte onaantastbaar geworden en werd niet als evident onjuist aangemerkt. Appellant had in 2018 geen handklachten gemeld op zijn medische vragenlijst, en pas in juni 2022 sprak hij voor het eerst over ernstige beperkingen aan zijn rechterhand.
Kan de medische afzakker-regel worden gebruikt om een hoger dagloon te krijgen?
Nee, de Raad oordeelde dat er geen ruimte is voor analoge toepassing van de rechtspraak over de medische afzakker in het kader van het dagloon. De vraag of appellant als medische afzakker moet worden aangemerkt bleef daarmee onbesproken.
Wat moet je aantonen om een eerder onherroepelijk besluit over ziekte-uitkering toch nog te laten herzien?
Er moeten nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden aangedragen, of het besluit moet evident onjuist zijn. Als geen van beide het geval is, is het niet evident onredelijk om niet van het besluit terug te komen.
Leidt een lager dagloon door een lager betaalde baan altijd tot strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Nee, de Raad oordeelde dat een lager dagloon op zichzelf niet maakt dat het besluit onredelijk bezwarend is. Omdat de eerste ziektedag terecht was vastgesteld op 5 februari 2021, was het dagloon representatief voor het inkomen dat appellant genoot voorafgaand aan die datum.
Verwante uitspraken
- De Centrale Raad van Beroep kent ex-werknemer een IVA-uitkering toe per 27 november 2017 omdat het Uwv de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende heeft gemotiveerd3 juli 2026
- Appellante krijgt per 16 maart 2020 terecht een WGA-uitkering en geen IVA-uitkering, ondanks aanvullende beperkingen in de FML na deskundigenonderzoek5 maart 2026
- Dagloon WIA terecht vastgesteld op € 52,07 ondanks lagere inkomsten door coronamaatregelen tijdens referteperiode22 april 2026


