Centrale Raad van Beroep
Centrale Raad bevestigt arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,50% na urenbeperking en aanvullende beperkingen op zelfstandig handelen
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 51,50% in nieuwe beslissing op bezwaar naar aanleiding rapporten van door Raad ingeschakelde deskundige.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:499Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 23 april 2026
In het kort
- De Raad stelt de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 12 juli 2018 vast op 51,50%, op basis van bestreden besluit 3 van 12 augustus 2025.
- Deskundige verzekeringsarts M. Vervoort concludeerde tot een urenbeperking van maximaal zes uur per dag en maximaal 30 uur per week, en een aanvullende beperkin
- De functies machinaal metaalbewerker (zelfstandigheidsgradatie 3) en huishoudelijk medewerker (zelfstandigheidsgradatie 2) zijn passend bevonden, omdat zij vold
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.203,- en vergoedt het griffierecht van € 138,-.
- De rechtbank had ten onrechte geen urenbeperking aangenomen en ten onrechte geoordeeld dat een beperking op vervoer was aangewezen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte voor het laatst als schoonmaakster voor 39,18 uur per week. Na een melding van toegenomen klachten op 12 juli 2018 stelde het Uwv haar aanvankelijk voor minder dan 35% arbeidsongeschikt. Na bezwaar, beroep en meerdere gewijzigde beslissingen op bezwaar staat in hoger beroep de vraag centraal of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 juli 2018 terecht heeft vastgesteld op 51,50% en of de geselecteerde functies passend zijn.
De Centrale Raad benoemde verzekeringsarts M. Vervoort als deskundige. Deze deskundige concludeerde dat een aanvullende beperking op item 1.6 zelfstandig handelen is aangewezen, alsmede een urenbeperking van maximaal zes uur per dag en maximaal 30 uur per week. Voor een beperking op vervoer zag de deskundige geen medische grond. Het Uwv nam deze bevindingen over in een nieuwe FML van 25 juli 2025 en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 51,50%.
Na bestreden besluit 3 waren partijen het eens over de medische beperkingen. Appellante voerde nog uitsluitend arbeidskundige gronden aan: de functies machinaal metaalbewerker en huishoudelijk medewerker zouden niet passend zijn gelet op de aanvullende beperkingen op aspect 1.6. De Raad volgde dit standpunt niet. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had toegelicht dat aspect 1.6 beoordeeld moet worden in samenhang met aspect 1.9.2, aangewezen op vaste, bekende werkwijzen. Als een functie voldoet aan zelfstandigheidsniveau 3 op grond van aspect 1.9.2, wordt daarmee ook voldaan aan de voorwaarden bij aspect 1.6. Uit het Resultaat functiebeoordeling bleek dat de functie machinaal metaalbewerker overeenkomt met zelfstandigheidsgradatie 3 en de functie huishoudelijk medewerker met gradatie 2. Een nadere motivering per functie was daarmee niet vereist. De Raad zag geen aanleiding om aan deze conclusie te twijfelen.
De Raad oordeelde voorts dat de rechtbank niet had onderkend dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen en ten onrechte had geoordeeld dat een beperking op vervoer was vereist. De hoger beroepen van zowel appellante als het Uwv slaagden op dat punt, maar de aangevallen uitspraak bleef met verbetering van gronden in stand. Het beroep tegen het besluit van 12 augustus 2025 werd ongegrond verklaard. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.203,-.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De arbeidsongeschiktheid van appellante is definitief vastgesteld op 51,50% per 12 juli 2018, wat recht geeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering vanaf 6 augustus 2019. De urenbeperking van maximaal zes uur per dag en maximaal 30 uur per week is in de FML opgenomen. De door appellante bepleite aanvullende beperkingen op vasthouden van de aandacht, herinneren, doelmatig handelen en vervoer zijn niet gehonoreerd.
Vragen over deze uitspraak
Waarom is de functie machinaal metaalbewerker toch passend als er beperkingen zijn op zelfstandig handelen?
De functie is passend omdat zij voldoet aan zelfstandigheidsgradatie 3, wat overeenkomt met het maximale niveau dat voortvloeit uit de beperking op aspect 1.9.2. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep legde uit dat aspect 1.6 beoordeeld moet worden in samenhang met aspect 1.9.2, en dat bij een overeenkomend zelfstandigheidsniveau een nadere motivering per functie niet nodig is.
Wat hield de urenbeperking in die de deskundige adviseerde?
De deskundige concludeerde dat appellante in staat wordt geacht maximaal zes uur per dag en maximaal 30 uur per week te werken. Het Uwv nam deze urenbeperking over in de nieuwe FML van 25 juli 2025.
Waarom kreeg appellante uiteindelijk wel een WIA-uitkering terwijl het Uwv haar aanvankelijk minder dan 35% arbeidsongeschikt achtte?
Na meerdere gewijzigde beslissingen op bezwaar, mede naar aanleiding van het rapport van de door de Raad benoemde deskundige, werd de arbeidsongeschiktheid uiteindelijk vastgesteld op 51,50%. Daarmee werd voldaan aan de drempel van ten minste 35% arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 5 van de Wet WIA.
Werd er ook een beperking op vervoer aangenomen?
Nee. De door de Raad benoemde deskundige zag geen medische grond voor een beperking op vervoer. De Raad oordeelde dat de rechtbank eerder ten onrechte had geoordeeld dat het Uwv een beperking op vervoer had moeten aannemen.
Verwante uitspraken
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 49,77% na CVA terecht vastgesteld ondanks aangevoerde verdergaande urenbeperking8 juli 2026
- Centrale Raad van Beroep bevestigt arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,8% ondanks betwiste beperkingen en deskundigenadvies8 oktober 2025


