Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Centrale Raad van Beroep bevestigt arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,8% ondanks betwiste beperkingen en deskundigenadvies

Toekenning WGA-vervolguitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. de Raad volgt het oordeel van de door haar ingeschakelde deskundige.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1503Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
8 oktober 2025

In het kort

  • Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 12 november 2020 na bezwaar vast op 43,8%, wat neerkomt op de klasse 35 tot 45%.
  • De door de Raad benoemde deskundige verzekeringsarts Ouwens concludeerde op 31 januari 2025 dat de FML van 19 januari 2022 de beperkingen van appellante voldoen
  • De deskundige zag op pragmatische gronden aanleiding voor een beperking voor werkzaamheden zonder al te veel prikkels, maar achtte een verdergaande urenbeperkin
  • De Raad liet in het midden of de aanvullende prikkelbeperking in de FML had moeten staan, omdat de geselecteerde functies daar al in voldoende mate aan tegemoet
  • Het verzekeringskundig rapport van Van Arkel, dat pleitte voor een urenbeperking van 2 uur per dag en 10 uur per week, bood onvoldoende grond om het oordeel van

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante was werkzaam als magazijnmedewerker voor 33,81 uur per week en meldde zich op 15 november 2018 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het Uwv stelde per 12 november 2020 een WGA-vervolguitkering vast met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid nader vastgesteld op 43,8%. Appellante bestreed dat het Uwv voldoende rekening had gehouden met haar beperkingen, met name haar prikkelgevoeligheid en de benodigde urenbeperking.

De Raad benoemde verzekeringsarts Ouwens als onafhankelijk deskundige vanwege de uiteenlopende visies over de beperkingen. De deskundige stelde vast dat op 12 november 2020 sprake was van een angststoornis, PTSS en een pijnsyndroom na een ongeval met whiplashmechanisme. Hij concludeerde dat de FML van 19 januari 2022, inclusief de beperking in duurbelastbaarheid van vier uur per dag en twintig uur per week, de beperkingen van appellante op de datum in geding voldoende weergaf. Een verdergaande urenbeperking achtte de deskundige niet nodig.

De deskundige opperde op pragmatische gronden een aanvullende beperking voor werkzaamheden zonder al te veel prikkels (geluid, veel mensen). De verzekeringsarts bezwaar en beroep betwistte de noodzaak hiervan, maar stelde ook dat de reeds geselecteerde functies hieraan toch al in voldoende mate tegemoetkomen. De Raad liet in het midden of deze aanvullende beperking formeel in de FML had moeten worden opgenomen, omdat de geselecteerde functies ook in dat geval passend zijn.

De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijk deskundige, wiens rapport als zorgvuldig, inzichtelijk en consistent werd beoordeeld. Het rapport van appellantes eigen verzekeringskundig adviseur Van Arkel, die pleitte voor aanvullende beperkingen en een urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week, bood onvoldoende grond om van het deskundigenoordeel af te wijken. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Overijssel wordt bevestigd.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Centrale Raad van Beroep heeft bevestigd dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,8% in stand blijft, wat betekent dat appellante in de klasse 35 tot 45% valt en een WGA-vervolguitkering ontvangt. De door appellante aangevoerde gronden, waaronder een zwaardere urenbeperking en aanvullende prikkelbeperking, waren onvoldoende om de FML of de functieduiding te laten herzien. Appellante krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Waarom volgt de Raad de onafhankelijk deskundige en niet de eigen deskundige van appellante?

De Raad vindt het rapport van deskundige Ouwens zorgvuldig, inzichtelijk en consistent. Ouwens heeft de opvatting van appellantes verzekeringskundig adviseur Van Arkel in zijn beoordeling betrokken en gemotiveerd waarom die niet leidt tot andere conclusies. Het feit dat een rapport afwijkt van de opvatting van een andere deskundige is op zichzelf niet voldoende om het oordeel van de door de Raad ingeschakelde deskundige niet te volgen.

Hoeveel uur per week mag appellante werken volgens de FML?

De FML van 19 januari 2022 bevat een beperking in de duurbelastbaarheid van vier uur per dag en twintig uur per week. De deskundige Ouwens zag geen aanleiding voor een verdergaande urenbeperking naast de al in de FML opgenomen werktijdbeperkingen.

Is de prikkelgevoeligheid van appellante meegenomen in de beoordeling?

De deskundige opperde op pragmatische gronden een aanvullende beperking voor werkzaamheden zonder al te veel prikkels (geluid, veel mensen), maar de Raad liet in het midden of die beperking formeel in de FML had moeten staan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat de geselecteerde functies al in voldoende mate tegemoetkomen aan deze beperking, en de Raad volgde dat standpunt.

Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor de WIA-uitkering van appellante?

De toekenning van de WGA-vervolguitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 43,8% blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht, omdat het hoger beroep niet slaagt.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket