Centrale Raad van Beroep
Uwv moet opnieuw beslissen over arbeidsongeschiktheid van appellant omdat de onafhankelijke deskundige meer beperkingen aanneemt dan de FML van 19 oktober 2023
Besluit I. Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid berekend van 52,62%. Besluit II.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:212Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 25 februari 2026
In het kort
- Het Uwv stelde de arbeidsongeschiktheid van appellant per 9 augustus 2022 vast op 74,75%, maar de Raad vernietigt dit besluit omdat de onafhankelijke deskundige
- Verzekeringsarts Wolff-van der Ven concludeert in haar rapport van 14 april 2025 dat er medische gronden zijn voor meer beperkingen op de datum in geding dan op
- De deskundige neemt aanvullende beperkingen aan op tien rubrieken van de FML, waaronder aandacht, staan, vervoer, sociaal functioneren en perioden van het etmaa
- Op datum in geding was sprake van onbehandelde OSAS, status na myocardinfarct met CABG, perifeer vaatlijden, SLE-like disease, antifosfolipidensyndroom en een p
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 5.364,60 en moet het griffierecht van € 186,- vergoeden.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Het geschil betreft de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 9 augustus 2022 terecht heeft vastgesteld op 74,75%. Appellant, voormalig medewerker jeugdzorg voor 35,86 uur per week, stelt meer beperkingen te hebben dan het Uwv heeft aangenomen. De Raad volgt dit standpunt.
In de loop van de procedure stelde het Uwv de arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vast op 52,62%. Na aanvullende medische informatie stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 19 oktober 2023 een gewijzigde FML op met aanvullende beperkingen, op basis waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid werd bijgesteld naar 74,75%. Dit is neergelegd in bestreden besluit 2 van 13 mei 2024. Omdat daarmee niet volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen, betrekt de Raad dit besluit in de beoordeling.
De Raad heeft wegens twijfel over de psychische belastbaarheid en de duurbelastbaarheid een onafhankelijke deskundige benoemd, verzekeringsarts Wolff-van der Ven. Zij concludeert in haar rapport van 14 april 2025 dat er medische gronden zijn om op de datum in geding meer beperkingen aan te nemen dan in de FML van 19 oktober 2023 zijn opgenomen. Op datum in geding was sprake van een status na myocardinfarct met CABG bij perifeer vaatlijden, SLE-like disease, antifosfolipidensyndroom, onbehandelde OSAS en een andere gespecificeerde psychische stoornis door een somatische aandoening. De deskundige neemt aanvullende beperkingen aan op de rubrieken verdelen van de aandacht (1.2), specifieke voorwaarden persoonlijk functioneren (1.8), emotionele problemen van anderen hanteren (2.6), omgaan met conflicten (2.8), vervoer (2.10), beroepsmatig vervoer (2.11), specifieke voorwaarden sociaal functioneren (2.12), staan (5.3), staan tijdens het werk (5.4) en perioden van het etmaal (6.1).
De Raad volgt de deskundige. Het rapport geeft blijk van zorgvuldig onderzoek, is inzichtelijk en consistent, en wordt ondersteund door de conclusies van verzekeringsarts Gerritze en informatie van de bedrijfsarts uit 2022. Wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in reactie naar voren heeft gebracht is onvoldoende om aan de conclusies te twijfelen. Beide besluiten worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. De Raad kan niet zelf voorzien omdat daarvoor informatie ontbreekt en draagt het Uwv op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad vernietigt beide besluiten van het Uwv en draagt het Uwv op opnieuw te beslissen op het bezwaar, met inachtneming van de aanvullende beperkingen die de onafhankelijke deskundige heeft vastgesteld. De mate van arbeidsongeschiktheid van 74,75% staat daarmee nog niet vast; het Uwv moet opnieuw een FML opstellen en functies duiden. Beroep tegen de nieuwe beslissing kan uitsluitend bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld. De proceskosten van in totaal € 5.364,60 en het griffierecht van € 186,- worden door het Uwv vergoed.
Vragen over deze uitspraak
Waarom volgt de Raad de onafhankelijke deskundige en niet de verzekeringsarts van het Uwv?
Het rapport van de deskundige geeft blijk van zorgvuldig onderzoek, is inzichtelijk en consistent, en wordt ondersteund door verzekeringsarts Gerritze en de bedrijfsarts. Wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht is onvoldoende om aan de juistheid van de conclusies van de deskundige te twijfelen.
Welke extra beperkingen neemt de deskundige aan ten opzichte van de FML?
De deskundige neemt aanvullende beperkingen aan voor verdelen van de aandacht (1.2), specifieke voorwaarden persoonlijk functioneren (1.8), emotionele problemen van anderen hanteren (2.6), omgaan met conflicten (2.8), vervoer (2.10), beroepsmatig vervoer (2.11), specifieke voorwaarden sociaal functioneren (2.12), staan (5.3), staan tijdens het werk (5.4) en perioden van het etmaal (6.1).
Wat moet het Uwv nu doen na deze uitspraak?
Het Uwv moet opnieuw een beslissing op het bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak. Beroep tegen die nieuwe beslissing kan alleen bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld.
Krijgt appellant schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente?
Nee, het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen omdat de hoogte van de WIA-uitkering nog niet vaststaat.
Verwante uitspraken
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Herleving WIA-uitkering geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 minder dan 35% bedraagt1 oktober 2025


