Centrale Raad van Beroep
ZW-uitkering terecht beëindigd en WIA-uitkering terecht geweigerd omdat medisch onderzoek zorgvuldig was en beperkingen niet zijn onderschat
Beëindiging ZW-uitkering. Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1834Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 10 december 2025
In het kort
- Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellante per 28 augustus 2023 omdat zij een resterende verdiencapaciteit van 100% van het maatmaninkomen had.
- Appellante werkte als productiemedewerkster via een uitzendbureau voor gemiddeld 33,3 uur per week en meldde zich ziek op 1 september 2021 na een arbeidsongeval
- Een urenbeperking werd niet aangenomen omdat geen sprake was van een ernstige ziekte of een intensieve behandeling die de beschikbaarheid in uren per dag of wee
- Een scheefstaand eindkootje van de ringvinger van de niet-dominante linkerhand werd vastgesteld, maar dit gaf geen relevante arbeidsbelemmeringen.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2025 omdat appellante in hoger beroep geen nieuwe medische gegeven
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte via een uitzendbureau als productiemedewerkster voor gemiddeld 33,3 uur per week en meldde zich op 1 september 2021 ziek na een arbeidsongeval. Het Uwv beëindigde haar ZW-uitkering per 28 augustus 2023 omdat zij op basis van geduide functies een resterende verdiencapaciteit van 100% van het maatmaninkomen had. Vervolgens werd zij niet in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering, omdat de ZW-uitkering was beëindigd vóór het einde van de wachttijd van 104 weken.
In geschil was of het medisch onderzoek zorgvuldig was, of de beperkingen juist waren vastgesteld, en of de geselecteerde functies geschikt waren. Appellante stelde dat haar beperkingen waren onderschat en dat zij de geduide functies niet kon verrichten. Het Uwv handhaafde zijn standpunt.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig had plaatsgevonden, gebaseerd op dossieronderzoek, anamnese en lichamelijk en psychisch onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de informatie van de huisarts betrokken en inzichtelijk gemotiveerd waarom geen volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden kon worden aangenomen. Er was geen aanleiding voor een urenbeperking, omdat geen sprake was van een ernstige ziekte of intensieve behandeling. Een scheefstaand eindkootje van de ringvinger gaf geen relevante arbeidsbelemmeringen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde waarom de geselecteerde functies geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante had in hoger beroep bijna letterlijk dezelfde gronden herhaald als in beroep, zonder nieuwe medische gegevens over te leggen. De Raad beschouwde dit niet als een gemotiveerde en specifieke betwisting en zag ook ambtshalve geen grond voor vernietiging. De overwegingen van de rechtbank werden geheel onderschreven.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van appellante is per 28 augustus 2023 beëindigd en zij heeft geen recht op een WIA-uitkering, omdat de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep ongegrond heeft verklaard en de uitspraak van de rechtbank heeft bevestigd. Wie in hoger beroep dezelfde gronden herhaalt als in beroep en geen nieuwe medische gegevens overlegt, voldoet niet aan de eis van een gemotiveerde en specifieke betwisting van de aangevallen uitspraak. Appellante ontvangt geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante geen WIA-uitkering?
De ZW-uitkering was beëindigd vóór het einde van de wachttijd van 104 weken, waardoor appellante niet in aanmerking kwam voor een WIA-uitkering. Het Uwv stelde vast dat zij per 28 augustus 2023 meer dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
Waarom werd er geen urenbeperking opgenomen in de FML?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde op grond van de verzekeringsgeneeskundige standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid dat er geen medische indicatie was voor een urenbeperking. In het geval van appellante was geen sprake van een ernstige ziekte, noch van een intensieve behandeling die de beschikbaarheid in uren per dag of week duidelijk vermindert.
Wat telde mee bij de beoordeling van de psychische klachten?
De primaire arts stelde een normale psychische belastbaarheid vast. Hoewel appellante naar de POH GGZ was verwezen, wezen de bevindingen niet op een psychische stoornis, waren er in bezwaar geen harde aanwijzingen en waren er geen psychofarmaca voorgeschreven.
Waarom slaagde het hoger beroep niet?
Appellante herhaalde in hoger beroep bijna letterlijk wat zij al in beroep had aangevoerd en legde geen nieuwe medische gegevens over. De Centrale Raad van Beroep beschouwde dit niet als een gemotiveerde en specifieke betwisting en zag ook ambtshalve geen grond om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.
Verwante uitspraken
- WIA-uitkering terecht geweigerd na herstel arbeidskundige grondslag voor maatmanomvang en maatmaninkomen11 februari 2026
- Beëindiging ZW-uitkering per 12 augustus 2023 blijft in stand omdat medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend zijn1 juli 2026
- Uwv heeft bij continuering ZW-uitkering eigenrisicodrager ten onrechte geen arbeidskundig vervolgonderzoek verricht29 oktober 2025


