Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Ambtenaar niet verwijtbaar voor niet aanvragen WIA-uitkering wegens wilsonbekwaamheid; impasseontslag blijft wel in stand

Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2026:810 en komt in de plaats van ECLI:NL:CRVB:2026:336.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:809Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
19 maart 2026

In het kort

  • Psychiater dr. J.A. Bouwens concludeerde op 11 september 2025 dat appellante in de relevante periode (november 2015 tot en met december 2017) waarschijnlijk wil
  • De Raad oordeelt dat appellante van haar gedrag ten opzichte van het college geen verwijt kan worden gemaakt, waardoor er geen grondslag bestond voor de rechtsp
  • De bestreden besluiten van 1 augustus 2016, 8 mei 2018 en 18 juli 2018 worden vernietigd; de primaire besluiten van 11 november 2015, 5 april 2017 en 19 decembe
  • Het impasseontslag op grond van artikel 8:8 CAR-UWO, neergelegd in het nader besluit van 28 mei 2025, blijft in stand omdat op 19 december 2017 sprake was van e
  • Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een totaalbedrag van € 11.736,-, en vergoedt het griffierecht van € 168,-.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante was sinds 2008 in dienst van de gemeente Westland. Zij meldde zich in 2013 ziek en was vanaf december 2013 volledig arbeidsongeschikt. Het college staakte de doorbetaling van haar bezoldiging omdat zij weigerde de bedrijfsarts toestemming te geven contact op te nemen met haar behandelaar, en later ook omdat zij geen WIA-uitkering aanvroeg. In december 2017 verleende het college haar ontslag, primair op grond van het verzuim een WIA-aanvraag in te dienen, subsidiair wegens plichtsverzuim.

De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep heropende de Raad het onderzoek en benoemde psychiater dr. J.A. Bouwens als deskundige. De vraag was of appellante op psychiatrische gronden verweten kon worden dat zij geen WIA-uitkering had aangevraagd. De deskundige concludeerde in zijn rapport van 11 september 2025 dat appellante in de relevante periode waarschijnlijk wilsonbekwaam was ter zake van het tijdig aanvragen van een WIA-uitkering, op grond van een onvermogen om tot een weloverwogen beslissing te komen door haar preoccupaties. De deskundige achtte haar wel in staat de ontoelaatbaarheid in te zien, maar oordeelde dat haar stoornis dit niet heeft kunnen vertalen in overeenkomstig gedrag.

De Raad volgt de deskundige. Het rapport geeft blijk van zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De Raad oordeelt dat de geconstateerde stoornis appellantes functioneren zodanig heeft beïnvloed dat zij in hoge mate belemmerd was om haar situatie adequaat in te schatten en haar gedrag om te buigen. Haar gedrag kan haar dan ook niet worden verweten. Dit betekent dat er geen grondslag was voor de rechtspositionele maatregelen; de bestreden besluiten worden vernietigd en de onderliggende primaire besluiten herroepen.

Het college nam op 28 mei 2025 een nader besluit waarbij het ontslag meer subsidiair werd gebaseerd op een onherstelbare impasse (artikel 8:8 CAR-UWO). De Raad beoordeelt de situatie per ontslagdatum 19 december 2017. Op basis van de gedingstukken stelt de Raad vast dat er op die datum sprake was van een in de loop der jaren steeds verdergaande en uiteindelijk onomkeerbare verwijdering tussen appellante en haar werkgever, waardoor een werkbare terugkeer na de langdurige arbeidsongeschiktheid onmogelijk was geworden. Het impasseontslag blijft dan ook in stand. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal 11.736 euro.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

Als een werkgever rechtspositionele maatregelen wil treffen wegens het niet aanvragen van een WIA-uitkering, moet hij rekening houden met de mogelijkheid dat de werknemer door psychiatrische problematiek wilsonbekwaam was op het moment van de verweten gedraging. Ontbreekt verwijtbaarheid, dan bestaat er volgens de Raad geen grondslag voor die maatregelen. Een impasseontslag op grond van artikel 8:8 CAR-UWO kan in zo'n situatie wél standhouden, mits de werkgever aantoont dat op de ontslagdatum sprake was van een onherstelbare vertrouwensbreuk die voortzetting van het dienstverband in redelijkheid niet meer toeliet.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Appellante krijgt gelijk op het punt van de rechtspositionele maatregelen: de besluiten waarmee haar bezoldiging niet werd hervat en waarmee haar de dienstopdracht werd opgelegd, worden vernietigd en herroepen. Het ontslag zelf blijft echter in stand op de grond van een onherstelbare impasse, zodat het dienstverband per 20 december 2017 is geëindigd. Het college ziet geen aanleiding voor een passende regeling omdat appellante geen recht had op een werkloosheidsuitkering.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer kan een ambtenaar niet worden verweten dat hij geen WIA-uitkering heeft aangevraagd?

Als de ambtenaar door een psychiatrische stoornis in de relevante periode waarschijnlijk wilsonbekwaam was ter zake van het aanvragen van een WIA-uitkering. De Raad volgde de deskundige die constateerde dat de stoornis het functioneren zodanig beïnvloedde dat appellante in hoge mate belemmerd was om haar situatie adequaat in te schatten en haar gedrag om te buigen.

Kan een impasseontslag worden gegeven terwijl de werkgever tegelijk erkent dat de werknemer niet verwijtbaar handelde?

Ja, dat kan. De Raad oordeelde dat het ontslag op grond van plichtsverzuim en het niet aanvragen van een WIA-uitkering geen stand hield, maar kende het impasseontslag op grond van artikel 8:8 CAR-UWO wel toe. Bepalend voor de impasse is de situatie op de datum van het ontslagbesluit, 19 december 2017, en niet de verwijtbaarheid van de werknemer.

Welk peilmoment geldt voor de beoordeling van een impasseontslag?

Het peilmoment is de datum van beëindiging van het dienstverband. De Raad stelde vast dat acht moet worden geslagen op de relevante feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan vóór de ontslagdatum en dat de situatie op die datum bepalend is.

Hoe zwaar weegt het rapport van een door de Raad benoemde deskundige?

De bestuursrechter kan het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige volgen indien de motivering overtuigend voorkomt. De Raad volgde het rapport van psychiater dr. J.A. Bouwens omdat het blijk gaf van zorgvuldig onderzoek en inzichtelijk en consistent was, ook al formuleerde de deskundige zijn conclusies met voorzichtigheid vanwege de retrospectieve beoordeling.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket