Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wajong-werkplan is een besluit in de zin van de Awb, maar re-integratie als zelfstandig jurist is terecht geweigerd

Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat het werkplan in zoverre op rechtsgevolg is gericht en…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:240Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
25 februari 2026

In het kort

  • Het werkplan van 6 augustus 2021 is een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat het gericht is op rechtsgevolg: het Uwv weigert re-inte
  • De beperkingen van appellant op het gebied van sociale interactie, wederkerigheid, samenwerken en conflicthantering maken werken als zelfstandig jurist of media
  • De redelijke termijn was ten tijde van de uitspraak van de rechtbank met afgerond twaalf maanden overschreden; vier maanden in de bestuurlijke fase en acht maan
  • Het Uwv wordt veroordeeld tot betaling van € 333,33 en de Staat tot betaling van € 666,66 aan immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijk
  • Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van € 49,96 aan reiskosten; verletkosten worden niet vergoed omdat niet is gebleken dat appellant betaald werk verr

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontvangt sinds 2009 een Wajong-uitkering en heeft in augustus 2021 een studie rechten afgerond. Het Uwv stelde op 6 augustus 2021 een werkplan vast waarin stond dat met appellant geen nieuwe afspraken te maken zijn, omdat hij uitsluitend als zelfstandig jurist of mediator aan de slag wilde en dit volgens het Uwv niet passend is bij zijn belastbaarheid. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij het werkplan geen besluit achtte in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

De Raad oordeelt anders. Het werkplan houdt in dat het Uwv weigert re-integratieactiviteiten te ontplooien in de door appellant gewenste richting. Daarmee is het werkplan op rechtsgevolg gericht en kwalificeert het als een besluit in de zin van de Awb. Het bezwaar was door het Uwv terecht inhoudelijk beoordeeld.

Inhoudelijk onderschrijft de Raad het standpunt van het Uwv. Een verzekeringsarts stelde vast dat appellant hoogbegaafd is maar beperkt in sociale interactie, wederkerigheid mist, rigide is en beperkt is in conflicthantering en samenwerken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voegde daaraan toe dat appellant sterk beperkt is ten aanzien van samenwerken en dat goede conflicthantering alleen mogelijk is als er sprake is van wederkerigheid. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat werkzaamheden als zelfstandig juridisch adviseur of mediator niet passend zijn vanwege de noodzaak van het aanvoelen van emoties, de vereiste wederkerigheid en het omgaan met conflicten. Appellant heeft geen objectieve gegevens overgelegd waaruit de onjuistheid van de aangenomen beperkingen blijkt. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond.

Over de redelijke termijn: de rechtbank stelde vast dat de termijn met afgerond elf maanden en twee weken was overschreden, maar zag af van schadevergoeding gelet op onder meer het financiële belang en het procedeergedrag van appellant. De Raad volgt dit niet. Het belang van appellant laat zich niet vertalen in een uitsluitend financieel belang; een gehonoreerd standpunt had hem geen direct financieel voordeel opgeleverd maar een gehoudenheid van het Uwv tot medewerking aan re-integratie. De Raad kent daarom een schadevergoeding toe van in totaal € 1.000,-, waarvan € 333,33 ten laste van het Uwv (vier maanden overschrijding in de bestuurlijke fase) en € 666,66 ten laste van de Staat (acht maanden overschrijding in de rechterlijke fase).

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het Uwv mocht re-integratie als zelfstandig jurist of mediator weigeren op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek dat uitwees dat appellant beperkt is in sociale interactie, wederkerigheid, conflicthantering en samenwerken. Wie de juistheid van die beperkingen wil betwisten, moet dat doen met objectieve gegevens; de stelling dat hij jarenlang als zelfstandig juridisch adviseur heeft gewerkt was onvoldoende omdat die niet met objectieve gegevens was onderbouwd. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn heeft appellant wel recht op een totale schadevergoeding van € 1.000,-.

Vragen over deze uitspraak

Is een Wajong-werkplan altijd een besluit waartegen je bezwaar kunt maken?

Een werkplan is een besluit als het op rechtsgevolg is gericht. Daarvan is sprake als de uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen zodanig helder, ondubbelzinnig en voldoende bepaald zijn geformuleerd dat kan worden gesteld dat met het werkplan is beoogd een rechtsgevolg te doen ontstaan. In deze zaak weigerde het Uwv via het werkplan re-integratieactiviteiten in de gewenste richting op te starten, wat de Raad als rechtsgevolg aanmerkte.

Wanneer krijg je geen schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn?

Geen vergoeding is mogelijk als het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000,- bedraagt én de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden. In deze zaak ging de Raad daar niet van uit, omdat het belang van appellant zich niet liet vertalen in een uitsluitend financieel belang maar in een gehoudenheid van het Uwv tot medewerking aan re-integratie.

Hoe wordt de schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn verdeeld tussen Uwv en de Staat?

De overschrijding in de bestuurlijke fase komt voor rekening van het Uwv en het resterende deel voor rekening van de Staat. In deze zaak bedroeg de overschrijding in de bestuurlijke fase vier maanden (€ 333,33 voor het Uwv) en in de rechterlijke fase acht maanden (€ 666,66 voor de Staat), samen € 1.000,-.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket