Centrale Raad van Beroep
Strafontslag politieambtenaar na affaire met ondergeschikte houdt geen stand; plaatsing in lagere salarisschaal en overplaatsing wel, rangverlaging niet
Het gaat in deze zaak om een ontslagbesluit, waarbij primair een strafontslag en subsidiair een ongeschiktheidsontslag is opgelegd.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:955Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 18 juni 2026
In het kort
- Gedragingen a (relatie met kwetsbare ondergeschikte) en d (niet melden van relatie) leveren geen plichtsverzuim op; gedragingen b, c, e en f wel.
- Het strafontslag en het ongeschiktheidsontslag houden geen stand omdat de zwaarste verwijten wegvallen en geen verbeterkans is geboden.
- De korpschef legt bij besluit van 6 december 2024 een nieuwe straf op: plaatsing in salarisschaal 10 trede 14 in plaats van schaal 12 trede 14.
- De rangverlaging van hoofdinspecteur naar inspecteur is onrechtmatig wegens ontbrekende wettelijke grondslag; artikel 3a onder a van het Besluit rangen politie
- De korpschef wordt veroordeeld in proceskosten van in totaal € 2.733,- en moet griffierecht van € 559,- betalen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Een politieambtenaar met een dienstverband vanaf 1982 werd met een besluit van 31 mei 2022 primair ontslagen wegens plichtsverzuim en subsidiair ontslagen wegens ongeschiktheid. De gedragingen die het ontslag moesten dragen betroffen een affaire met een (formeel) ondergeschikte medewerkster die hersteld was van psychische klachten, seks op een politiebureau en in de woning van een aspirante in zijn team, een zoen op de werkvloer tijdens diensttijd, het niet melden van de relatie en het zichzelf in een chantabele positie brengen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Gedragingen a (relatie met kwetsbare ondergeschikte) en d (niet melden van de relatie) leveren geen plichtsverzuim op. De korpschef heeft geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat de medewerkster ten tijde van het aangaan van de relatie kwetsbaar of labiel was; zij was vanaf mei 2019 voor 99% hersteld gemeld en eind november 2019 volledig hersteld. Voor het niet melden weegt de Raad mee dat er bij de politie geen meldingsplicht voor relaties met collega's gold, dat de formele leidinggevende band nog slechts kort duurde en dat de feitelijke personeelszorg al bij een ander lag. De overgebleven gedragingen (b, c, e en f) leveren wel plichtsverzuim op, maar rechtvaardigen geen onvoorwaardelijk ontslag, mede omdat de ambtenaar een lange staat van dienst heeft en altijd goed heeft gefunctioneerd.
Het subsidiaire ongeschiktheidsontslag houdt evenmin stand. De ambtenaar is niet op zijn gedrag aangesproken en niet in de gelegenheid gesteld dit te verbeteren. Een situatie die zo uitzonderlijk is dat een verbeterkans zinloos zou zijn, doet zich niet voor. Een incident uit 2012 waarbij een medewerkster was gezoend, levert geen eerdere waarschuwing op.
Ter uitvoering van de rechtbankuitspraak legde de korpschef bij besluit van 6 december 2024 een nieuwe straf op: plaatsing in salarisschaal 10 trede 14 in plaats van schaal 12 trede 14, ontheffing uit de leidinggevende functie en overplaatsing naar een andere functie en een ander team. De Raad acht de plaatsing in een lagere salarisschaal niet onevenredig en de overplaatsing rechtmatig op grond van artikel 64 Barp. De rangverlaging van hoofdinspecteur naar inspecteur heeft echter geen wettelijke grondslag: artikel 3a onder a van het Besluit rangen politie bepaalt dat de ambtenaar bij overplaatsing op grond van artikel 64 Barp zijn rang behoudt. De Raad vernietigt het besluit van 6 december 2024 op dit punt en ten aanzien van het ontbreken van een bezwaarkostenvergoeding. De korpschef wordt veroordeeld in proceskosten van in totaal 2.733 euro.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
Het strafontslag en het ongeschiktheidsontslag zijn vernietigd omdat de zwaarste verwijten geen plichtsverzuim opleverden en geen verbeterkans was geboden. De nieuw opgelegde straf van plaatsing in salarisschaal 10 trede 14 en de overplaatsing naar een andere functie en een ander team blijven wel in stand. De rangverlaging is vernietigd wegens ontbrekende wettelijke grondslag: bij overplaatsing op grond van artikel 64 Barp behoudt de ambtenaar zijn rang op grond van artikel 3a onder a van het Besluit rangen politie. De korpschef is veroordeeld in proceskosten van in totaal € 2.733,- en moet griffierecht van € 559,- betalen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Het strafontslag en het ongeschiktheidsontslag zijn vernietigd; de ambtenaar behoudt zijn dienstverband. De straf van plaatsing in salarisschaal 10 trede 14 en de overplaatsing naar een lagere functie en een ander team zijn wel rechtsgeldig. De rangverlaging van hoofdinspecteur naar inspecteur is vernietigd: de ambtenaar behoudt zijn rang van hoofdinspecteur. De korpschef moet de bezwaarkosten en de proceskosten van in totaal € 2.733,- vergoeden.
Vragen over deze uitspraak
Waarom mocht de korpschef de politieambtenaar niet ontslaan wegens ongeschiktheid?
De ambtenaar is niet op zijn gedrag aangesproken en niet in de gelegenheid gesteld dit te verbeteren, terwijl geen sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin een verbeterkans zinloos zou zijn. Een incident uit 2012 waarbij een medewerkster was gezoend levert geen eerdere waarschuwing op, mede omdat de betrokken medewerkster had verklaard dat sprake was van een onschuldige kus en er een aanzienlijk tijdsverloop was.
Waarom geldt het niet melden van de relatie niet als plichtsverzuim?
Er golden bij de politie geen regels of richtlijnen over het melden van relaties met collega's, de formele leidinggevende band duurde nog maar kort en de feitelijke personeelszorg lag al bij een ander. De relatie ontstond pas nadat het herplaatsingsbesluit was ontvangen en de formele overplaatsing per 1 februari 2020 al was aangekondigd.
Mag de werkgever de rang van een overgeplaatste politieambtenaar verlagen?
Nee, dat mag niet. Artikel 3a onder a van het Besluit rangen politie bepaalt dat de ambtenaar bij overplaatsing op grond van artikel 64 Barp de rang behoudt zoals die gold direct voorafgaand aan het besluit tot verplaatsing. De korpschef had dan ook geen wettelijke grondslag om de rang te verlagen van hoofdinspecteur naar inspecteur.
Is een plaatsing in een lagere salarisschaal voor onbepaalde tijd toegestaan als disciplinaire straf?
Ja. Artikel 77 eerste lid onder i van het Barp voorziet in plaatsing in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt, zonder tijdslimiet. De begrenzing in artikel 47 eerste lid onder k van de Politiewet 2012 geldt alleen voor geldboetes en inhoudingen van salaris, niet voor de straf van plaatsing in een lagere salarisschaal.


