Naar inhoud

Centrale Raad van Beroep

UWV veroordeeld in proceskosten na alsnog toekennen WGA-loonaanvullingsuitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Proceskostenveroordeling.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:364Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1 april 2026

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 juni 2021. Het geschil betrof de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid en het recht op een WGA-uitkering. De Raad schorste het onderzoek ter zitting en benoemde achtereenvolgens twee onafhankelijke deskundigen: psychiater J.J.D. Tilanus (rapport 8 maart 2023 en nader rapport 2 augustus 2023) en verzekeringsarts L. Greveling-Fockens (rapport 10 maart 2025).

Na het rapport van Greveling-Fockens nam het UWV op 12 augustus 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar. Daarin kende het UWV appellant alsnog met ingang van 21 november 2019 een WGA-loonaanvullingsuitkering toe naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht hij om een proceskostenveroordeling.

De Raad stelde vast dat aan appellant was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De kosten in beroep werden begroot op € 1.868,- en in hoger beroep op € 2.802,-, samen € 4.670,-. Daarnaast dient het UWV het betaalde griffierecht van € 182,- te vergoeden. De kosten van de bezwaarfase waren al vergoed in het bestreden besluit en telden niet mee.

Deze uitspraak bevat geen inhoudelijk oordeel van de Raad over de medische beoordeling, de functionele mogelijkheden of de arbeidskundige onderbouwing. De Raad deed uitsluitend uitspraak over de proceskosten na intrekking van het hoger beroep op grond van artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:108 van de Awb.

Arbeidsdeskundigloket