Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert WIA-herleving terecht omdat beperkingen niet zijn toegenomen ten opzichte van de FML van 16 april 2021
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Geen sprake van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na beëindiging van de uitkering
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:972
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 16 juli 2026
De kern van de uitspraak
Appellante werkte als schoonmaakster en cateringmedewerkster. Na een ziekmelding in 2010 ontving zij een WIA-uitkering, die per 4 juli 2021 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Aan die beëindiging lag een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 april 2021 ten grondslag, waarin zowel voor psychische als fysieke klachten meerdere beperkingen waren opgenomen. Op 19 januari 2023 meldde appellante zich opnieuw met toegenomen klachten. Het Uwv weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat de beperkingen niet waren toegenomen binnen vijf jaar na de beëindiging per 4 juli 2021.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de beperkingen op 19 januari 2023 waren toegenomen ten opzichte van de FML van 16 april 2021. Appellante stelde dat haar pijn- en psychische klachten waren toegenomen, dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen, dat het Uwv haar overgangsklachten niet had meegewogen en de klachten niet in onderlinge samenhang had beoordeeld.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. De FML van 16 april 2021 hield al voldoende rekening met de psychische kwetsbaarheid en de fysieke klachten van appellante. Het Uwv heeft inzichtelijk onderbouwd dat geen aanleiding bestaat voor een urenbeperking. Appellante heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd waaruit toename van klachten rond de datum in geding blijkt.
De stelling over overgangsklachten is slechts in algemene zin aangevoerd en niet met objectieve medische informatie onderbouwd. Ten aanzien van de onderlinge samenhang van klachten oordeelt de Raad dat de verzekeringsartsen alle genoemde klachten hebben beoordeeld, mede op basis van informatie van de behandelende sector, en dat niet is gebleken dat daarbij onvoldoende acht is geslagen op de samenhang. Het verzoek om een deskundige te raadplegen wordt afgewezen. Het hoger beroep slaagt niet; de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.


