Centrale Raad van Beroep
Verhoging IVA-uitkering naar 100% wegens hulpbehoevendheid terecht geweigerd voor periode vóór 3 juli 2025
Weigering om de IVA-uitkering te verhogen naar 100%. Appellant heeft geen hulp nodig bij alle of nagenoeg alle essentiële dagelijks terugkerende…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:904Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 juli 2026
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant ontvangt sinds 2014 een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een melding van toegenomen klachten op 1 september 2022 verhoogde het Uwv de uitkering bij besluit van 14 december 2023 van 75% naar 85% van het WIA-maandloon. Appellant verzocht om verdere verhoging naar 100%, stellende dat hij hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en dat continue oppassing noodzakelijk is. Het Uwv weigerde die verdere verhoging, hetgeen na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Zij stelde vast dat appellant bij sommige essentiële dagelijks terugkerende levensverrichtingen hulp nodig heeft, zoals het aanreiken van medicatie en ondersteuning bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen in de ochtend en avond, maar dat hij overdag alleen is en zelf kan voorzien in het pakken van eten en drinken en zelfstandig het toilet bezoeken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had inzichtelijk gemotiveerd dat sprake is van geregelde handreikingen door derden, maar dat continue oppassing niet noodzakelijk is. De rechtbank wees ook de financiële behoefte als maatstaf af, omdat financiële behoefte geen maatstaf is in de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid.
In hoger beroep onderschreef de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad voegde daaraan toe dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 7 mei 2026 melding had gemaakt van een latere verhoging van de uitkering naar 100% per 3 juli 2025, gebaseerd op een rapport van 3 november 2025. De Raad oordeelde dat die latere verhoging navolgbaar in de oordeelsvorming is betrokken en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep toereikend heeft gemotiveerd waarom hiertoe per 1 september 2022 nog geen aanleiding bestond. Het hoger beroep slaagt niet en de weigering om de uitkering per 1 september 2022 te verhogen naar 100% blijft in stand.


