Naar inhoud
Alle nieuws

Ziektewet · 15 juli 2026

Ziekteverzuim in zorg en welzijn loopt op door langdurige uitval en psychische klachten

Het ziekteverzuimpercentage in de zorg en welzijn lag in het vierde kwartaal van 2025 op 7,9 procent, ruim boven het landelijk gemiddelde van 5,6 procent. Langdurig verzuim bereikt een historisch hoog niveau, en psychische klachten zijn inmiddels de tweede belangrijkste verzuimoorzaak.

Het ziekteverzuim in de Nederlandse zorg en welzijn blijft structureel hoog en ligt aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde. In het vierde kwartaal van 2025 bedroeg het verzuimpercentage in de AZW-sector 7,9 procent, terwijl het landelijk gemiddelde op 5,6 procent lag. Die kloof is al jaren zichtbaar en laat vooralsnog geen tekenen van herstel zien.

De stijging van het totale verzuim in 2025 wordt voornamelijk verklaard door een toename van langdurig verzuim. Medewerkers zijn niet vaker ziek, maar vallen wel langer uit. Het langdurig verzuim, gemeten over een periode van 92 tot 365 dagen, heeft een historisch hoog niveau bereikt. Ook het extra langdurig verzuim van 366 tot 730 dagen blijft stijgen.

Het CBS publiceerde deze cijfers op 28 mei 2026 als onderdeel van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW). De gegevens zijn gebaseerd op steekproefdata uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), waarbij uitkomsten onder de 100 waarnemingen worden onderdrukt.

Close-up of a healthcare worker's hands gently holding a warm, comforting mug on a simple table.

Verpleging, verzorging en thuiszorg springen eruit

Binnen de AZW-sector zijn de verschillen tussen branches groot. De verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) kende in het eerste kwartaal van 2025 een verzuimpercentage van 9,7 procent, het hoogste van alle branches. De gehandicaptenzorg volgde met 8,5 procent en de geestelijke gezondheidszorg noteerde 8,2 procent, beide gemeten in het vierde kwartaal van 2025.

Voor arbeidsdeskundigen en casemanagers die dossiers in deze branches beheren, betekenen deze cijfers dat de kans op langdurige uitval structureel groter is dan in andere sectoren. Dat vraagt om vroege interventie en een nauwkeurige probleemanalyse, zeker wanneer psychische klachten in het spel zijn.

Griep scoort hoog bij kortdurend verzuim, psychische klachten wegen zwaarder

Voor kortdurend verzuim zijn griep, verkoudheid en andere virusinfecties nog steeds de meest genoemde reden. In 2025 noemde 54,8 procent van de verzuimende werknemers een dergelijke infectieziekte als oorzaak. Toch zijn het de psychische klachten die het sterkst wegen als het gaat om duur en impact.

Overspannenheid en burn-out zijn inmiddels de tweede belangrijkste oorzaak van verzuim in de AZW-branches. Ruim een kwart van de werknemers die verzuimden als gevolg van werk, noemt hoge werkdruk als de belangrijkste reden. De mentale druk op werkenden neemt al jaren toe, mede door personeelstekorten, reorganisaties en een werkcultuur waarin weinig ruimte is om tijdig grenzen aan te geven.

Psychische klachten leiden doorgaans tot langere verzuimperioden dan fysieke aandoeningen, wat de oplopende cijfers voor langdurig verzuim mede verklaart.

An empty, quiet staff break room with a window overlooking a peaceful, green outdoor space.

Fysieke belasting blijft een structureel probleem

Naast psychische belasting speelt fysieke belasting een grote rol in het verzuim. Zorgmedewerkers worden dagelijks blootgesteld aan fysiek zware taken zoals tillen, verplaatsen van cliënten, langdurig staan en herhalende bewegingen. Dat leidt tot rug-, nek- en spierklachten en wordt aangemerkt als een van de grootste oorzaken van ziekteverzuim en vroegtijdige uitval in de zorg.

Fysieke en psychische belasting versterken elkaar in veel gevallen. Een medewerker die al onder druk staat door een hoge werkdruk, is kwetsbaarder voor lichamelijke klachten, en andersom. Voor bedrijfsartsen en arbeidsdeskundigen is het onderscheiden van de primaire oorzaak van verzuim in deze context een wezenlijk onderdeel van een goede probleemanalyse.

Vakbonden en werkgevers zoeken naar aanpak

Vakbond FBZ benadrukt de noodzaak van een gezonde werkomgeving en pleit voor het aanpakken van psychosociale en fysieke arbeidsbelasting, voldoende tijd voor herstel, vermindering van administratieve lasten en investeringen in het welzijn van medewerkers. Ook FNV erkent dat vaste medewerkers in de zorg ontevreden zijn over werkomstandigheden zoals hoge werkdruk en lage lonen, en pleit voor betere cao-afspraken.

Werkgevers in de zorgsector zijn op grond van de Wet verbetering poortwachter verplicht actief te werken aan de re-integratie van zieke werknemers. Die wet, ingevoerd in 2002, maakt werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk voor een snelle en effectieve terugkeer naar werk. Dat omvat loondoorbetaling gedurende twee jaar en het opstellen van een probleemanalyse en plan van aanpak.

Werkgevers kunnen er daarnaast voor kiezen eigenrisicodrager te zijn voor de Ziektewet. Dat betekent dat zij zelf de Ziektewet-uitkering betalen en verantwoordelijk zijn voor de re-integratie van zieke en voormalige werknemers, met als potentieel voordeel een lagere premie voor de Werkhervattingskas (Whk).

A healthcare professional from behind, walking down a sunlit, empty hospital corridor towards a bright exit.

Overheid zet in op werkplezier en werkdrukvermindering

De overheid richt zich op het voorkomen van ziekte via het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ). Dat programma is gericht op het vergroten van werkplezier en het verlagen van de werkdruk door flexibelere werktijden, afwisselende taken en opleidingsmogelijkheden.

Tegelijkertijd groeit de zorgvraag en neemt het arbeidsmarkttekort toe, wat de druk op de overgebleven medewerkers verder verhoogt. Organisaties die er wel in slagen het verzuim terug te dringen, investeren in een gezonde werkcultuur, autonomie voor medewerkers en persoonlijke aandacht.

Voor arbeidsdeskundigen en casemanagers die werken in of voor de zorgsector, tekent zich een duidelijk patroon af: de instroom van langdurig zieke werknemers blijft hoog, de oorzaken zijn meervoudig en de druk op werkenden die wél aan het werk zijn, neemt toe. Vroegtijdige signalering en een brede probleemanalyse, ook op psychische en fysieke arbeidsbelasting, zijn in deze context onmisbaar.

Verder lezen