Naar inhoud
Alle nieuws

WIA · 27 juli 2026

WGA-premies stijgen tot 1,36% in 2029 volgens nieuwe Whk-prognose

Het gemiddelde WGA-premiepercentage loopt volgens nieuwe prognoses op van 1,07% in 2027 naar 1,36% in 2029. De stijging hangt samen met groeiende uitkeringslasten, vergrijzing en een toenemende instroom van werknemers met langdurige gezondheidsklachten.

De WGA-premies gaan de komende jaren verder omhoog. Volgens de meest recente Whk-prognose van Robidus, gebaseerd op UWV-cijfers, stijgt het gemiddelde premiepercentage van 1,07% in 2027 naar 1,20% in 2028 en 1,36% in 2029. Die stijging is niet toevallig: de kosten van arbeidsongeschiktheid nemen sneller toe dan de premieloonsom waarover ze worden verdeeld.

De trend is al langer zichtbaar. De gemiddelde WGA-premie daalde nog in 2024, naar 0,77%, maar steeg daarna naar 0,83% in 2025 en 0,96% in 2026. De prognose laat zien dat de beweging opwaarts doorzet. Ook het gemiddelde werkgeversrisico neemt toe: van 0,73% in 2027 naar 0,82% in 2028 en 0,90% in 2029.

Oorzaken: uitkeringslasten, vergrijzing en langdurige klachten

Achter de stijgende premies gaan meerdere ontwikkelingen schuil. De uitkeringslasten zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. De totale uitgaven voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zijn gestegen van 11,5 miljard euro in 2004 naar 18,1 miljard euro in 2024. Het gemiddelde bedrag per uitkering per jaar liep in diezelfde periode op van 11.943 euro naar 21.123 euro.

Vergrijzing speelt een rol, net als een toenemende instroom van werknemers met langdurige gezondheidsklachten. Daarbij gaat het ook om psychische klachten: het aandeel van psychische aandoeningen als oorzaak van arbeidsongeschiktheid is over de jaren gestegen. Bij Wajong-uitkeringen steeg dat aandeel van 60% in 2001 naar 78% in 2019. Daarnaast heeft een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep geleid tot een sterkere stijging van de gemiddelde uitkeringshoogte, omdat het UWV nu rekening moet houden met tijdvakken waarin geen loon is ontvangen.

Ook binnen de Ziektewet speelt een financieel knelpunt. De Ziektewetpremie wordt hoger vastgesteld dan strikt noodzakelijk voor de lopende uitgaven, omdat er sprake is van een negatief vermogen in de Ziektewet binnen de Werkhervattingskas dat geleidelijk moet worden teruggedrongen.

Tijdelijke dempende effecten vertekenen het beeld voor 2027

De premie voor 2027 geeft niet volledig het onderliggende risico weer. Er zijn tijdelijke dempende factoren in het spel, waaronder de zogeheten 60+-maatregel en de inzet van beschikbare reserves. Daardoor lijkt de stijging van 2027 naar 2028 groter dan het feitelijke risico rechtvaardigt.

De vereenvoudigde WIA-beoordeling voor 60-plussers loopt van 1 september 2025 tot 1 januari 2028. Die maatregel maakt het voor werknemers van 60 jaar en ouder mogelijk om na twee jaar ziekte sneller duidelijkheid te krijgen over een WIA-uitkering, vaak zonder volledige sociaal-medische beoordeling door een verzekeringsarts. De kosten van deze maatregel komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en niet van de Whk, waardoor ze geen directe invloed hebben op de WGA-premie. Zodra de maatregel afloopt, verdwijnt ook het dempende effect.

Voor 2029 wordt opnieuw een verdere stijging verwacht, wat laat zien dat de hogere lasten van de afgelopen jaren geleidelijk doorwerken in de premies.

Publiek verzekerd of eigenrisicodrager: de financieringsvraag wordt urgenter

Stijgende premies zetten de financieringskeuze van werkgevers opnieuw op de agenda. Circa 39% van de totale loonsom valt in 2025 onder eigenrisicodragerschap voor de WGA. Voor de Ziektewet is dat aandeel, met name in de uitzendsector, opgelopen tot 70%.

Werkgevers die publiek verzekerd zijn via UWV betalen de gedifferentieerde Whk-premie. Bij eigenrisicodragerschap nemen zij het risico zelf, met de bijbehorende mogelijkheid om strakker te sturen op preventie en re-integratie. Of eigenrisicodragerschap past, hangt af van factoren als de eigen schadelast, de loonsomontwikkeling, verwachte instroomcijfers en de mate van regie die een werkgever zelf wil voeren.

Vakbond FNV wijst op de flexibilisering van de arbeidsmarkt als een factor in de hoge WIA-instroom: flexwerkers komen twee keer vaker in een WIA-uitkering terecht dan werknemers met een vast contract. Dat gegeven is relevant voor werkgevers met een grote flexibele schil, bij wie het instroomrisico daarmee bovengemiddeld kan zijn.

Wat de prognose vraagt van werkgevers en adviseurs

De nieuwe premiecijfers geven niet alleen inzicht in wat er in 2027 te betalen valt. Ze laten ook zien welke richting de arbeidsongeschiktheidskosten de komende jaren opgaan. WIA-specialist Denise Dekker van Robidus stelt dat de nieuwe UWV-cijfers werkgevers de kans bieden om onderbouwde keuzes te maken over risicobeheersing, preventie en de financiering van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheid is daarmee niet alleen een HR-vraagstuk, maar steeds meer ook een financieel en strategisch vraagstuk. De correctiefactor blijft in de prognoseperiode relatief stabiel, maar de stijging van zowel het premiepercentage als het gemiddelde werkgeversrisico maakt dat de totale werkgeverslasten onder de Whk de komende jaren zichtbaar oplopen.

Voor arbeidsdeskundigen en casemanagers geldt dat de druk om vroeg in te grijpen bij verzuim verder toeneemt. Elke werknemer die te lang buiten beeld blijft, vergroot de kans op een WGA-instroom die vervolgens jaren doorwerkt in de premie. De prognose tot 2029 maakt die financiële horizon concreter dan ooit.

Verder lezen