Naar inhoud
Alle nieuws

WIA · 23 juli 2026

Werkgevers betalen in 2027 meer premie voor WGA en Ziektewet

De gemiddelde WGA-premie stijgt in 2027 met 0,11 procentpunt naar 1,07 procent. De gemiddelde Ziektewetpremie gaat met 0,04 procentpunt omhoog naar 0,6 procent van het premieplichtige loon.

Werkgevers zijn in 2027 duurder uit voor hun arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De gemiddelde WGA-premie stijgt met 0,11 procentpunt naar 1,07 procent van het premieplichtige loon, en de gemiddelde Ziektewetpremie gaat met 0,04 procentpunt omhoog naar 0,6 procent. UWV stelt deze gedifferentieerde premies voor de Werkhervattingskas jaarlijks wettelijk vast.

Hogere instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en de daarmee gepaard gaande stijging van de uitkeringslasten noemt UWV als belangrijkste oorzaak van de verhogingen. De stijging volgt op eerdere verhogingen: in 2026 steeg de gemiddelde WGA-premie al met 0,13 procentpunt naar 0,96 procent, en de Ziektewetpremie met 0,06 procentpunt naar 0,56 procent.

Werkgevers die willen bepalen hoe hoog hun eigen premie in 2027 uitvalt, kunnen daarvoor de Premiewijzer van UWV gebruiken.

Wat de Werkhervattingskaspremies dekken

De WGA-premie en de Ziektewetpremie worden beheerd in de Werkhervattingskas. De WGA-premie financiert de eerste tien jaar WGA voor werknemers met een dienstverband. Met de Ziektewetpremie wordt de volledige duur van maximaal twee jaar Ziektewet betaald voor uitzendkrachten en werknemers die ziek uit dienst gaan.

WGA-uitkeringen ná tien jaar en IVA-uitkeringen voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten vallen buiten de Werkhervattingskas. Die komen uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Aan dat fonds dragen alle werkgevers bij, ook eigenrisicodragers. De Aof-premie wordt vastgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De gedifferentieerde premies sluiten aan bij het risico op uitval binnen de eigen organisatie van elke werkgever. Dat verdeelt de kosten evenrediger en zet aan tot preventie en duurzame inzetbaarheid.

Ziektewetpremie hoger vanwege tekort in de Werkhervattingskas

De stijging van de Ziektewetpremie komt vooral door hogere uitgaven aan de regeling. Binnen de Werkhervattingskas is op dit moment sprake van een negatief Ziektewetvermogen. Om dat tekort te verkleinen is de premie voor 2027 bewust hoger vastgesteld dan de lopende uitgaven strikt vragen.

Het gaat daarmee niet alleen om het bijhouden van actuele kosten, maar ook om het herstellen van een financiële buffer. Werkgevers betalen dus mee aan het wegwerken van een bestaand tekort in het fonds.

Actuele WIA-maatregelen raken de WGA-premie voorlopig niet

Twee actuele maatregelen hebben geen direct effect op de stijging van de WGA-premie. De tijdelijke 60-plusmaatregel, waarbij mensen boven de zestig na twee jaar ziekte sneller duidelijkheid krijgen over hun WIA-uitkering, wordt betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Die kosten komen dus niet via de Werkhervattingskas bij werkgevers terecht.

Ook de vergoedingsregeling voor cliënten met een te laag vastgestelde WIA-uitkering is rijksgefinancierd en loopt via datzelfde fonds. UWV verwacht echter dat deze herstelactie op termijn leidt tot gemiddeld hogere uitkeringen, en daarmee alsnog tot een hogere WGA-premie. De doorwerking op de premie is dus uitgesteld, niet afwezig.

De 60-plusmaatregel gold eerder van oktober 2022 tot januari 2025 en is per 1 september 2025 opnieuw voor twee jaar ingevoerd. De beoordeling kan dan doorgaans door een arbeidsdeskundige worden uitgevoerd, mits zowel werknemer als ex-werkgever instemmen.

Eigenrisicodragerschap aanvragen kan tot 1 oktober 2026

Voor zowel de WGA als de Ziektewet kunnen werkgevers kiezen tussen publieke verzekering via UWV of eigenrisicodragerschap. Wie het eigenrisicodragerschap wil starten of beëindigen, heeft daarvoor tot 1 oktober 2026 de tijd.

Als eigenrisicodrager is de werkgever zelf verantwoordelijk voor de kosten van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van ex-medewerkers, en heeft die ook zelf de regie over het terugdringen ervan. Werkgevers die eigenrisicodrager zijn, behalen vaak betere re-integratieresultaten, mede dankzij de ondersteuning van verzekeraars.

Stijgende publieke premies maken de afweging tussen publieke verzekering en eigenrisicodragerschap voor meer werkgevers actueel. De uiterste aanvraagdatum van 1 oktober 2026 staat daarin vast.

Achterstanden bij UWV lopen op

De druk op UWV neemt toe. Meer dan 11.000 mensen moesten medio 2026 langer dan zes maanden wachten op een beoordeling voor hun arbeidsongeschiktheidsuitkering, een stijging ten opzichte van 7.900 eind 2025. De prognose is dat de achterstanden voor de WIA kunnen oplopen tot ongeveer 100.000 tot 150.000 in 2030.

Het kabinet neemt maatregelen om de werklast te verminderen, zoals het overhevelen van taken van verzekeringsartsen naar andere medewerkers en het stellen van inhoudelijke eisen aan herbeoordelingen. De WIA-instroom nam in de eerste helft van 2025 vrijwel niet toe ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder, maar UWV verwacht dat de instroom in 2025 met bijna 1.400 zal toenemen tot in totaal 70.400. Voor 2026 wordt een verdere stijging verwacht.

Stijgende instroom als structurele factor

De instroom in de WIA neemt sinds 2015 jaarlijks toe. In 2023 betaalde UWV ongeveer 840.000 uitkeringen uit aan arbeidsongeschikten, met een record van ruim 60.000 nieuwe instromers in dat jaar. Dat aantal zal naar verwachting in 2024 stijgen naar ongeveer 853.000.

Een significant deel van de instroom bestaat uit mensen met psychische klachten en het post-covidsyndroom. Ook de vergrijzende beroepsbevolking draagt bij: oudere werknemers blijven langer in het arbeidsproces door de verhoging van de AOW-leeftijd, waardoor het risico op langdurige uitval toeneemt. De FNV wijst daarnaast op de flexibilisering van de arbeidsmarkt, waarbij flexwerkers twee keer vaker in een WIA-uitkering terechtkomen dan mensen met een vast contract.

Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en werkgevers betekenen de stijgende premies en de groeiende achterstanden bij UWV dat de druk op tijdige re-integratie en zorgvuldig poortwachterbeheer verder toeneemt. De keuze voor eigenrisicodragerschap of publieke verzekering vraagt daarmee meer dan voorheen om een onderbouwde afweging van risico's en uitvoeringskosten.

Verder lezen