Beleid en wetgeving · 19 juli 2026
Eerste Kamer neemt Participatiewet in balans unaniem aan
De Eerste Kamer heeft op 30 september 2025 unaniem het wetsvoorstel Participatiewet in balans aangenomen. De wet bevat meer dan twintig maatregelen om bijstandsgerechtigden sneller aan het werk te helpen en maakt eenvoudigere regels voor giften, bijverdienen en terugwerkende kracht.
Staatssecretaris Jurgen Nobel van Participatie en Integratie was verantwoordelijk voor het wetsvoorstel. Op 22 april 2025 stemde de Tweede Kamer al met brede steun voor de wet, met 138 stemmen voor. De Eerste Kamer volgde op 30 september 2025 met een unanieme aanname.
De wet geldt als een eerste stap naar een bredere herziening van de Participatiewet. Een deel van de nieuwe regels is op 1 januari 2026 in werking getreden; andere onderdelen volgen op 1 januari 2027. Voor gemeenten geldt 2026 als overgangsjaar.

Drie sporen voor hervorming op korte en lange termijn
De wet heeft een directe voorgeschiedenis. De Participatiewet werd in 2015 ingevoerd en verving de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en delen van de Wajong. Het oorspronkelijke doel was om zoveel mogelijk mensen, inclusief mensen met een arbeidsbeperking, aan het werk te krijgen. In de praktijk bleek de wet vaak te complex, te streng en te wantrouwend, wat leidde tot onbedoelde problemen voor uitkeringsgerechtigden en onvoldoende ruimte voor maatwerk door gemeenten.
Het wetsvoorstel Participatiewet in balans kwam tot stand als reactie op de eindevaluatie van de Participatiewet door het SCP en de maatschappelijke onrust rondom de toeslagenaffaire. Het werd in juni 2024 door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer aangeboden.
Werken naast een uitkering wordt aantrekkelijker
De wet verruimt de bijverdiengrenzen, zodat mensen de eerste stap naar werk kunnen zetten met behoud van uitkering. Daarnaast kunnen gemeenten een zogenoemd bufferbudget toekennen. Dat budget is bedoeld voor mensen met wisselende inkomsten uit werk, zodat zij ook bij fluctuerende verdiensten beloond worden voor hun inspanningen.
Eind december 2023 ontvingen 400.000 mensen tot de AOW-leeftijd een bijstandsuitkering, een stijging van 0,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Eind december 2025 waren dat er 410.000, een toename van 1,1 procent. In het eerste kwartaal van 2026 was het aantal mensen met een bijstandsuitkering voor het elfde kwartaal op rij hoger dan een jaar eerder, met 411.000 ontvangers eind maart 2026. Vooral onder jongeren tot 27 jaar nam het aantal bijstandsgerechtigden sterk toe, met 3,4 procent tot 42.500 in maart 2026.

Eenvoudigere regels voor giften, aanvragen en terugwerkende kracht
Gemeenten kunnen bijstand met terugwerkende kracht tot drie maanden toekennen. Dit voorkomt dat mensen in de eerste periode zonder inkomsten zitten en daardoor schulden opbouwen. Ook worden aanvragen voor bijstand eenvoudiger, onder meer door digitale indiening via DigiD en het uitgaan van bekende gegevens bij herhaalde aanvragen. Gemeenten kunnen de individuele inkomenstoeslag voortaan ambtshalve toekennen.
Voor sancties vervalt de verplichte korting van 100 procent. Gemeenten krijgen meer ruimte om boetes aan te passen op basis van het evenredigheidsbeginsel. Ook wordt de kostendelersnorm tijdelijk buiten toepassing gelaten bij intensieve mantelzorg. Voor jongeren blijft de vierwekentermijn behouden, maar met uitzonderingen voor kwetsbare jongeren die direct toegang krijgen tot een uitkering.
Eind 2023 ondersteunden gemeenten 178.000 mensen bij het vinden of behouden van werk of bij participatie in de samenleving. Bijna 72 procent van alle bijstandsgerechtigden ontving eind 2023 langer dan twee jaar aaneengesloten bijstand.
Taaleis wordt verplicht, gemeenten krijgen extra middelen
Gemeenten krijgen vanaf 2027 structureel extra middelen voor het aanbieden van taalonderwijs aan mensen met een bijstandsuitkering. Over de handhaving is de staatssecretaris nog in gesprek met gemeenten.
Tijdens het debat in de Eerste Kamer op 23 september 2025 werden zorgen geuit over de uitvoerbaarheid van de taaleis, het risico op willekeur en de toereikendheid van middelen voor gemeenten. Desondanks werd de wet unaniem aanvaard, en werd ook een motie aangenomen die de regering oproept de Kamer regelmatig te informeren over de effecten van de wet.

Gefaseerde invoering met gemeenten als uitvoerders
De wet beschrijft zichzelf als een eerste stap naar een fundamentele herziening van de Participatiewet, waarin werk en meedoen nog meer centraal zal komen te staan. Staatssecretaris Nobel benadrukte dat mensen niet worden afgeschreven en dat de wet een stap is naar meer eenvoud, duidelijkheid, vertrouwen en de menselijke maat.
Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en gemeentelijke re-integratiespecialisten betekent de wet een verschuiving in het speelveld: meer maatwerkmogelijkheden per gemeente, een ruimere bijverdiengrens en een minder strikte sanctiesystematiek. Wie met bijstandsgerechtigden werkt aan re-integratie, krijgt instrumenten in handen die de drempel naar werk concreet verlagen. Tegelijk blijft de uitvoering afhankelijk van gemeentelijke keuzes, en de aantallen bijstandsgerechtigden die de afgelopen kwartalen opliepen geven aan dat de opgave groot is.
Verder lezen

Ziekteverzuim bereikt hoogste niveau in twintig jaar en WIA-vergoedingen starten op 1 september
4 min

Kabinet schrapt arbeidskorting over arbeidsongeschiktheidsuitkering via werkgever per 2027
2 min

Neus(bijholte)kanker door houtstof erkend als beroepsziekte met financiële tegemoetkoming van ruim 27.000 euro
4 min
