Naar inhoud
Alle nieuws

Beleid en wetgeving · 18 juli 2026

Gemeenten weten onvoldoende wat hun rol is bij kinderopvangtoeslag voor bijstandsouders

Gemeenten ervaren de wetgeving rond kinderopvangtoeslag voor bijstandsgerechtigde ouders als complex en hebben vaak geen helder beeld van hun eigen rol. Dat blijkt uit onderzoek van Significant APE in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ouders die bijstand ontvangen en een traject naar arbeidsinschakeling volgen onder de Participatiewet, hebben ook recht op kinderopvangtoeslag (KOT). Toch vragen zij die toeslag in de praktijk te weinig aan, omdat gemeenten onvoldoende weten welke rol zij daarin spelen. Dat is de kern van een verkenning die onderzoeksbureau Significant APE dit jaar uitvoerde in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De centrale vraag in het onderzoek was hoe de Participatiewet uitpakt voor ouders met jonge kinderen en in welke mate zij worden belemmerd om deel te nemen aan een traject naar arbeidsinschakeling. Daarbij richtte het onderzoek zich nadrukkelijk op het recht op KOT. De uitkomsten laten zien dat kennisgebrek bij gemeenten direct bijdraagt aan een onderbenutting van kinderopvang, met gevolgen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigde ouders.

Close-up of a skilled hand wearing a work glove, precisely adjusting a machine's metal dial.

Gemeenten indelen activiteiten bepaalt recht op toeslag

Het recht op kinderopvangtoeslag voor bijstandsouders hangt af van het type traject dat zij volgen, en gemeenten bepalen zelf hoe zij die trajecten benoemen en indelen. Doorgaans hanteren gemeenten drie categorieën: trajecten direct naar werk, sociale activering gericht op arbeidsinschakeling, en sociale activering niet direct gericht op arbeidsinschakeling. Die indeling heeft directe consequenties voor het recht op KOT.

Activiteiten die als laagdrempelige sociale activering worden gezien, en die voor ouders die ver van de arbeidsmarkt staan een noodzakelijke eerste stap zijn, geven vaak geen recht op KOT. Daarmee ontstaat een paradoxale situatie: ouders hebben kinderopvang nodig om überhaupt te kunnen participeren, maar krijgen de vergoeding pas als zij deelnemen aan een officieel re-integratietraject dat voor hen op dat moment nog niet haalbaar is.

Een belangrijke aanbeveling uit het rapport is dat gemeenten gebruik maken van hun beleidsvrijheid om te bepalen welke voorzieningen en activiteiten zij aanmerken als traject naar arbeidsinschakeling. Daarmee kunnen zij de toegang tot KOT voor meer bijstandsouders openen, zonder dat daarvoor wet- of regelgeving hoeft te veranderen.

Consulenten missen kennis, registratie schiet tekort

Niet alleen op beleidsniveau, ook op de werkvloer bij gemeenten ontbreekt het aan kennis. Consulenten zijn niet altijd goed op de hoogte van de precieze werking van het recht op KOT voor bijstandsouders. Daarnaast hebben gemeenten onvoldoende duidelijkheid over welke gegevens de Dienst Toeslagen hanteert bij de beoordeling van het recht op KOT. Ook de registratie van voorzieningen door consulenten blijkt niet altijd zorgvuldig te kunnen gebeuren.

Vooral alleenstaande ouders met een beperkt sociaal netwerk worden hierdoor belemmerd in hun re-integratie. Het ontbreken van KOT is zelden de enige belemmering, maar wel een belangrijke factor naast bredere problemen zoals lange wachttijden bij kinderopvanglocaties en de hoge kosten van kinderopvang.

Sommige gemeenten proberen dit op te lossen door kinderopvang via andere wegen te vergoeden, bijvoorbeeld via een sociaal-medische indicatie, maar dit gebeurt niet overal uniform.

An empty, well-lit industrial workshop interior with large windows and heavy machinery.

SZW en VNG werken voor eind van het jaar een voorstel uit

Het ministerie van SZW trekt samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op om het kennistekort bij gemeenten aan te pakken. Samen werken zij voor het eind van het jaar een voorstel uit hoe gemeenten beter geïnformeerd kunnen worden over hun rol en mogelijkheden. Dat voorstel omvat onder meer een leidraad met goede voorbeelden en juridische duiding van de indeling van activiteiten.

De VNG is al langer betrokken bij de ondersteuning van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire en heeft een steunpunt ingericht voor gemeenten. De huidige problematiek rond KOT voor bijstandsouders sluit volgens het onderzoek aan bij de bredere ambities van het programma Participatiewet in Balans, dat streeft naar een wet die meer uitgaat van vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging.

A lone professional, seen from behind, contemplating a complex blueprint on a large screen.

Nieuw financieringsstelsel kinderopvang gepland voor 2029

Voor de langere termijn staat een ingrijpende stelselwijziging op de agenda. Vanaf 1 januari 2029 is een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang gepland. Dat stelsel beoogt de kinderopvangtoeslag te vereenvoudigen door 96% van de maximale uurprijs rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties te betalen, onafhankelijk van het inkomen van de ouders. Ouders betalen dan een kleine, vaste eigen bijdrage.

In 2026 gelden de volgende maximale uurprijzen: €11,23 voor dagopvang, €9,98 voor buitenschoolse opvang en €8,49 voor gastouderopvang. De Dienst Toeslagen verwacht in 2026 ruim 0,73 miljoen kinderopvangtoeslagen uit te keren, met een totale waarde van €5,7 miljard. Het nieuwe stelsel is primair gericht op werkende ouders, maar gemeenten krijgen meer mogelijkheden om werkende ouders met een laag inkomen te ondersteunen bij het betalen van hun eigen bijdrage.

Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en gemeentelijke consulenten is het nieuwe stelsel een stip aan de horizon. De directe uitdaging ligt nu: bijstandsgerechtigde ouders die nu een traject volgen, lopen het risico kinderopvangtoeslag mis te lopen puur door gebrekkige kennis en registratie bij de gemeente die hen begeleid. Dat is een knelpunt dat met gerichte informatievoorziening al vóór 2029 aangepakt kan worden.

Verder lezen