Naar inhoud
Alle nieuws

Beleid en wetgeving · 19 juli 2026

Financieringstekort Nederlandse gemeenten loopt op tot 2,255 miljard euro in 2024

De gezamenlijke Nederlandse gemeenten sloten 2024 af met een financieringstekort van 2,255 miljard euro, omgerekend 125 euro per inwoner. De netto schuld van alle gemeenten samen steeg daardoor van 31,9 naar 34,2 miljard euro.

De Nederlandse gemeenten hadden in 2024 gezamenlijk een financieringstekort van 2,255 miljard euro, ofwel 125 euro per inwoner. Dat blijkt uit de open data IV-3 jaarrekeningen 2024, die het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft gepubliceerd. Door dat tekort steeg de totale netto schuld van gemeenten van 31,9 miljard naar 34,2 miljard euro, wat neerkomt op 1.896 euro per inwoner.

Het tekort is opgebouwd uit meerdere componenten. Gemeenten investeerden netto voor 4,529 miljard euro, terwijl het positieve exploitatieresultaat van 1,889 miljard euro slechts een deel van die investeringen dekte. Mutaties in kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen en in voorzieningen voor voorziene kosten vulden de rest gedeeltelijk aan, maar resteert per saldo een financieringstekort waarvoor gemeenten moesten lenen.

Uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product bedroeg het tekort 0,20 procent. Dat blijft ruim binnen de grens van 0,34 procent van het bbp die de Europese begrotingsregels voor gemeenten toestaan.

Netto-investeringen op hoogste niveau in jaren

De omvang van de materiële en immateriële vaste activa op gemeentebalansen, zoals wegen, bruggen, riolering, gebouwen en vuilniswagens, groeide in 2024 met 5,8 procent. Dat is opvallend hoog vergeleken met de bevolkingsgroei van 0,45 procent en de prijsontwikkeling van bruto overheidsinvesteringen van 3,9 procent.

Het gevolg is dat de kapitaalgoederenvoorraad per inwoner voor het eerst in lange tijd reëel groeide, met 1,4 procent. In een reeks voorgaande jaren tot en met 2022 daalde die voorraad juist fors. In 2023 kromp hij in reële termen licht. De netto-investeringen in 2024 bedroegen 4,529 miljard euro, waarbij het positieve exploitatieresultaat van 1,889 miljard euro werd ingezet om een deel daarvan te financieren.

Hands reviewing financial ledger with calculator and pen on a wooden desk.

Grote verschillen tussen gemeenten

Achter het landelijke gemiddelde gaan forse onderlinge verschillen schuil. Negen gemeenten hebben een netto schuld van meer dan 5.000 euro per inwoner, terwijl 53 gemeenten per saldo geen schulden hebben. De variatie in financiële positie is daarmee aanzienlijk.

Ook de solvabiliteit, de verhouding tussen eigen vermogen en het balanstotaal, laat een gemengd beeld zien. Gemiddeld daalde de solvabiliteit licht van 39,6 procent eind 2023 naar 39,4 procent eind 2024. Op individueel niveau hebben 24 gemeenten een solvabiliteit lager dan 20 procent. Geen enkele gemeente zit onder de 10 procent.

De lichte verslechtering van de gemiddelde solvabiliteit hangt samen met het feit dat de schuld opliep terwijl het balanstotaal toenam door de positieve netto-investeringen. Per saldo woog de schuldstijging net iets zwaarder.

Databron en volledigheid cijfers

De cijfers zijn afkomstig uit de eerste plaatsing van de open data IV-3 jaarrekeningen 2024 door het CBS. In deze eerste publicatie ontbreken nog de gegevens van 14 van de in totaal 342 gemeenten. Die cijfers worden bij een tweede plaatsing toegevoegd. Voor de berekeningen in dit bericht zijn de uitkomsten voor die ontbrekende gemeenten geschat.

De definitieve publicatie kan daardoor op onderdelen licht afwijken van de nu gepresenteerde bedragen. De hoofdlijnen, het financieringstekort van 2,255 miljard euro en de netto schuld van 34,2 miljard euro, zijn gebaseerd op schattingen voor de ontbrekende gemeenten.

Empty, sunlit municipal office desk with a city plan and documents.

Kosten voor sociale zekerheid en re-integratie drukken op begrotingen

Gemeenten dragen als werkgever directe kosten voor re-integratie van zieke werknemers. De Wet verbetering poortwachter verplicht werkgevers om gedurende de eerste twee jaar van ziekte minimaal 70 procent van het loon door te betalen. Voldoet een werkgever onvoldoende aan de re-integratieverplichtingen, dan kan het UWV een loonsanctie opleggen, wat inhoudt dat het loon met maximaal een jaar langer moet worden doorbetaald. Naast de loondoorbetalingsverplichting maken gemeenten kosten voor arbodiensten, arbeidsdeskundigen en re-integratiebedrijven.

Gemeenten kunnen er bovendien voor kiezen om eigenrisicodrager te zijn voor de Ziektewet en/of de WGA. Dat geeft hen meer regie over het verzuimbeleid en de re-integratie, maar brengt ook financiële risico's mee. De werkgeverspremies voor de WGA en Ziektewet, afgedragen aan de Werkhervattingskas, stijgen naar verwachting verder in 2027, voornamelijk door een toenemend aantal mensen met psychische klachten, post-covidsyndroom en een ouder wordende beroepsbevolking.

VNG uit zorgen over rijksfinanciering van gemeentelijke taken

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten maakt zich al langere tijd zorgen over de financiering van sociale zekerheidstaken en de complexiteit van het stelsel. Gemeenten ervaren zich soms als de bezemwagen achter tekortschietend rijksbeleid en pleiten voor meer landelijke regie en terughoudendheid met het opleggen van nieuwe taken. De VNG heeft haar ongenoegen geuit over weggevallen middelen in de Voorjaarsnota 2026, die onder andere invloed hebben op de WIA-problematiek. Daarnaast is er kritiek op het onvoldoende budget voor wettelijke taken zoals inburgering.

Deze financiële druk op het sociale domein versterkt de bredere begrotingsproblematiek die uit de jaarrekeningen 2024 naar voren komt. Gemeenten zien hun schuld oplopen terwijl zij tegelijkertijd worden geconfronteerd met stijgende kosten in het sociale domein, zonder dat daar structurele rijksmiddelen tegenover staan.

Wide shot of a quiet municipal council chamber, empty and well-lit.
Voor arbeidsdeskundigen en casemanagers die werken met gemeenten als opdrachtgever of werkgever zijn deze cijfers relevant. Een oplopende netto schuld en een solvabiliteit die bij tientallen gemeenten onder de 20 procent ligt, betekent dat de financiële ruimte voor re-integratietrajecten, arbeidsdeskundig onderzoek en begeleiding in de praktijk onder druk kan staan. Gemeenten die kiezen voor eigenrisicodragerschap dragen bovendien zelf het financiële risico van langdurig verzuim, terwijl de premies voor de Werkhervattingskas naar verwachting verder stijgen. Hoe individuele gemeenten die afweging maken, en welke keuzes zij treffen in hun verzuim- en re-integratiebeleid, wordt steeds meer een financieel strategische beslissing.

Verder lezen