Naar inhoud
Alle nieuws

Beleid en wetgeving · 19 juli 2026

Den Haag moet miljoenentekort op bijstandsbudget zelf dragen

De gemeente Den Haag heeft geen recht op extra rijksgeld voor de bijstand, ook al erkent de rechtbank dat het verdeelmodel niet goed aansluit op de Haagse situatie. De vangnetregeling springt pas bij vanaf een tekort van 7,5 procent.

Den Haag heeft geen recht op aanvullend geld van het Rijk om de bijstandstekorten van 2022 en 2023 te dekken. De rechtbank in Den Haag oordeelde dat er geen reden is om van de geldende regels af te wijken, ook al liep de gemeente in beide jaren miljoenen tekort op het door het Rijk toegekende budget.

De gemeente voert al langer aan dat de manier waarop het ministerie van Sociale Zaken het bijstandsbudget berekent, niet klopt voor de Haagse situatie. De rechtbank geeft Den Haag op dat punt gelijk, maar verbindt daar geen financiële consequentie aan. Het Rijk hoeft namelijk pas in te grijpen als het tekort oploopt tot boven de 7,5 procent van het ontvangen bedrag. Daar bleef Den Haag in 2022 ruimschoots onder, en in 2023 net onder.

Voor gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet, is de uitspraak een signaal over de grenzen van de zogeheten vangnetregeling. Die regeling is er om uitzonderlijk hoge uitgaven op te vangen, niet om structurele begrotingstekorten te compenseren.

Tekort in 2022 klein, in 2023 aanzienlijk groter

In 2022 ontving Den Haag bijna 357 miljoen euro van het Rijk voor de bijstand. De werkelijke uitgaven lagen bijna 2,5 miljoen euro hoger, een overschrijding van ongeveer 0,7 procent van het ontvangen bedrag. Dat is ruim binnen de marge waarop de vangnetregeling van toepassing wordt.

Een jaar later was het tekort beduidend groter. Den Haag ontving in 2023 bijna 374 miljoen euro, maar het tekort bedroeg toen bijna 17 miljoen euro. Dat komt neer op zo'n 4,5 procent. Ook dat percentage valt nog steeds onder de drempel van 7,5 procent waarboven het Rijk verplicht is bij te springen.

Beide jaren samen laten zien dat de tekorten in omvang sterk kunnen wisselen. Het verschil tussen 0,7 en 4,5 procent binnen één jaar illustreert hoe gevoelig de uitvoering van de bijstand is voor schommelingen in de vraag en de uitkeringslasten.

Rechtbank erkent gebrekkig verdeelmodel, maar wijkt niet af van de regels

Den Haag stelt al langere tijd dat het ministerie van Sociale Zaken het bijstandsbudget op een onjuiste manier berekent. De rechtbank volgt die redenering in haar inhoudelijke oordeel. Relatief veel Hagenaars kampen met een combinatie van problemen tegelijk, waaronder criminaliteit, schulden en gezondheidsproblemen, aldus de rechtbank. De berekening van het ministerie houdt daar onvoldoende rekening mee.

Toch leidt dat oordeel niet tot een andere uitkomst. De regels schrijven voor dat het Rijk pas financieel hoeft bij te springen bij een tekort van 7,5 procent. Zolang de gemeente daar niet overheen gaat, staat de wet niet toe dat het Rijk aanvullend budget verstrekt. De rechtbank ziet geen reden om van die grens af te wijken.

De vangnetregeling is bedoeld om gemeenten te beschermen tegen uitzonderlijk hoge uitgaven, niet om structurele tekorten te compenseren. Dat onderscheid is juridisch doorslaggevend in deze zaak.

Bredere discussie over bijstandsfinanciering al langer gaande

Den Haag staat niet alleen in deze discussie. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse gemeenten rapporteerde in 2022 en 2023 tekorten op het bijstandsbudget, waarbij de omvang per gemeente verschilde. De tekorten worden toegeschreven aan een combinatie van een stijgend aantal bijstandsgerechtigden, hogere uitkeringslasten en de intensievere begeleiding die nodig is voor mensen met meervoudige problemen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de toereikendheid van het macrobudget en de verdeelsystematiek. Zij stellen dat de huidige systematiek onvoldoende rekening houdt met de complexiteit van de problematiek van bijstandsgerechtigden, zoals een stapeling van schulden, gezondheidsproblemen en een gebrek aan perspectief op de arbeidsmarkt.

Het Rijk stelt jaarlijks een budget beschikbaar via het macrobudget, dat wordt verdeeld op basis van een verdeelmodel dat rekening houdt met diverse kenmerken van de gemeentelijke bevolking, zoals het aantal inwoners en sociaaleconomische factoren. Gemeenten met een relatief grote groep potentiële bijstandsgerechtigden ontvangen in principe meer. In de praktijk ervaren veel gemeenten dat dit model de werkelijke kosten niet dekt.

Gevolgen voor gemeenten en uitvoering van de Participatiewet

Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en gemeentelijke uitvoerders maakt deze uitspraak duidelijk waar de grenzen van de vangnetregeling liggen. Een rechter die het verdeelmodel inhoudelijk bekritiseert maar de gemeente toch in het ongelijk stelt, bevestigt dat de bestaande drempel van 7,5 procent juridisch standhoudt, ook als de verdeling aantoonbaar ongunstig uitpakt voor een specifieke gemeente.

Gemeenten die kampen met structurele tekorten kunnen niet rekenen op aanvullende rijksmiddelen zolang ze onder die drempel blijven. De kosten voor re-integratie en schuldhulpverlening, die ook onder de verantwoordelijkheid van gemeenten vallen, dragen eveneens bij aan de financiële druk. Dat maakt de financiële positie van gemeenten met een complexe bijstandspopulatie kwetsbaar, los van de vraag of het verdeelmodel deugt.

Verder lezen