Naar inhoud
Alle nieuws

Ziektewet · 15 juli 2026

Dalend ziekteverzuim in april maskeert grote verschillen tussen sectoren en werknemers

Het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland daalde in april naar 4,8%, maar ligt daarmee nog altijd hoger dan een jaar eerder. Achter dat gemiddelde gaan forse verschillen schuil tussen sectoren, organisaties en medewerkers onderling.

Het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland daalde in april naar 4,8%, ten opzichte van 5,0% in maart. Ook het aantal ziekmeldingen nam af, van 60 naar 46 per 1.000 medewerkers. Dat past bij het seizoenspatroon na de winterperiode. Tegelijkertijd ligt het april-gemiddelde hoger dan een jaar eerder, toen het 4,7% bedroeg.

Dat blijkt uit cijfers van arbodienstverleners ArboNed en HumanCapitalCare, beide onderdeel van HumanTotalCare en gezamenlijk werkzaam voor circa één miljoen werknemers. Bedrijfsarts en directeur medische zaken Iris Homeijer van HumanCapitalCare waarschuwt dat het dalende gemiddelde een vertekend beeld geeft: achter dat ene getal gaan grote verschillen schuil tussen sectoren, organisaties en werknemers.

Gezondheidszorg en industrie scoren het hoogst

De verzuimcijfers lopen sterk uiteen per sector. De gezondheidszorg staat bovenaan met 6,4%, gevolgd door de industrie op 5,2% en de bouw op 5,1%. Aan de andere kant van het spectrum staan informatie en communicatie met 4,0% en financiële instellingen met 4,7%.

Homeijer wijst op de samenhang met de aard van het werk. In de zorg spelen roosterdruk, beperkte hersteltijd en emotioneel belastende situaties een rol, waardoor medewerkers vaker en langer uitvallen. In andere sectoren ligt de nadruk meer op fysieke belasting of werkdruk.

"Wat werkt in de ene organisatie, werkt niet automatisch in de andere"
stelt zij. Een gerichte aanpak vereist daarom kennis van de specifieke omstandigheden binnen een sector of organisatie.

Naast sectorverschillen is er ook een verschil naar bedrijfsgrootte. In het midden- en kleinbedrijf bedraagt het verzuim 4,4%, terwijl de grootzakelijke markt op 5,5% uitkomt.

Verschillen zitten ook binnen de organisatie

De analyse van ArboNed en HumanCapitalCare maakt duidelijk dat de spreiding niet stopt bij sectorgrenzen. Ook binnen teams en tussen individuele werknemers zijn de verschillen groot. Zo ligt het verzuim onder vrouwen structureel hoger dan onder mannen. Dat heeft niet alleen te maken met werk, maar ook met verschillen in levensfase, gezondheid en privéomstandigheden, zoals zorgtaken.

Homeijer beschrijft verzuim als iets dat ontstaat in de wisselwerking tussen werk en het leven daarbuiten. Werk is in haar woorden vaak ingericht vanuit één norm, terwijl medewerkers van elkaar verschillen in belastbaarheid en situatie. Dat gegeven vraagt van werkgevers dat zij verder kijken dan de geaggregeerde verzuimcijfers van de eigen organisatie.

Verzuimanalyse op organisatieniveau als aanknopingspunt

Organisaties die hun eigen verzuimcijfers en risicoprofielen kennen, kunnen volgens Homeijer gerichtere keuzes maken. Op basis van verzuimanalyses op organisatieniveau krijgen werkgevers steeds beter inzicht in waar verzuim terugkomt en welke factoren daarbijeen rol spelen. Die inzichten helpen om maatregelen te nemen die passen bij de praktijk van de eigen organisatie.

Daarbij benadrukt zij het belang van preventie boven herstelanalyse achteraf. Medewerkers spelen daarin zelf ook een rol: door signalen op tijd te delen en bespreekbaar te maken, ontstaat eerder ruimte om bij te sturen. Homeijer omschrijft dat als maatwerk, samen kijken wat werkt en de aanpak daarop aanpassen.

De kern van de boodschap is dat er geen uniforme oplossing bestaat voor verzuim. Verschillen tussen sectoren, organisaties en medewerkers vragen om een aanpak die past bij de organisatie én de mensen die er werken, van sector tot individu.

Bredere context bevestigt structureel hoog verzuim

De aprilcijfers staan niet op zichzelf. Het ziekteverzuim in Nederland vertoont al jaren een golfbeweging, maar is de laatste tijd structureel bovengemiddeld hoog. Waar het gemiddelde verzuimpercentage sinds 1996 rond de 4,5% lag, bedroeg het in het eerste kwartaal van 2026 maar liefst 5,8%, wat neerkomt op 58 verloren werkdagen per 1.000 te werken dagen.

De kosten voor werkgevers zijn navenant. Een zieke medewerker kost een werkgever gemiddeld 405 euro per dag. De totale kosten voor de Nederlandse economie bedroegen in 2024 ruim 28,5 miljard euro. Die kosten omvatten naast loondoorbetaling ook vervangingskosten, omzetverlies en uitgaven aan arbodienstverlening en interne verzuimbegeleiding. Bij specialistische functies kunnen de verborgen kosten oplopen tot 150 tot 200 procent van de directe loonkosten.

Langdurig verzuim wordt steeds vaker veroorzaakt door psychosociale klachten zoals werkdruk, stress en burn-out. Werkgerelateerd verzuim heeft gemiddeld een duur van 26 werkdagen, tegenover 12 werkdagen voor niet-werkgerelateerd verzuim. In 2024 meldde bijna 52 procent van de werknemers zich minimaal één keer ziek.

Wetgeving en re-integratie als kader

De Wet verbetering poortwachter, ingevoerd in 2002, legt werkgevers en werknemers strikte verplichtingen op bij langdurig verzuim. Vanaf de eerste ziektedag moeten zij actief samenwerken aan re-integratie, ondersteund door een arbodienst of bedrijfsarts. Uiterlijk in week zes stelt de bedrijfsarts een probleemanalyse op, in week acht volgt een plan van aanpak. Na 42 weken ziekte moet de werkgever de werknemer aanmelden bij het UWV. Na twee jaar beoordeelt het UWV of de re-integratie-inspanningen voldoende waren; bij een negatief oordeel kan een loonsanctie volgen, waarbij de werkgever het loon langer moet doorbetalen.

Werkgevers kunnen er ook voor kiezen eigenrisicodrager te zijn voor de Ziektewet en de WGA. Zij nemen dan zelf de begeleiding, re-integratie en uitkeringsbetaling op zich, in plaats van het UWV. Dat vraagt specifieke kennis en extra verantwoordelijkheden, waarvoor veel eigenrisicodragers gespecialiseerde arbodiensten of adviseurs inschakelen.

Wat dit betekent voor de praktijk

Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en HR-professionals onderstreept de analyse van ArboNed en HumanCapitalCare dat gemiddelden weinig zeggen over de situatie in een specifieke organisatie of bij een individuele werknemer. De gezondheidszorg staat op 6,4%, de bouw op 5,1% en informatie en communicatie op 4,0%. Wie werkt met verzuimdossiers, doet er goed aan de eigen organisatiecijfers naast die sectorgemiddelden te leggen, te kijken in welke teams of functies het verzuim terugkeert, en te analyseren welke factoren daar aan bijdragen. Dat is precies het soort inzicht waarop de vervolgstap, preventief of curatief, kan worden gebaseerd.

Verder lezen

Dalend ziekteverzuim in april maskeert grote verschillen tussen sectoren en werknemers