Ziektewet · 15 juli 2026
Dalend ziekteverzuim in april maskeert grote verschillen tussen sectoren en werknemers
Het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland daalde in april naar 4,8%, maar ligt daarmee nog altijd hoger dan een jaar eerder. Achter dat gemiddelde gaan forse verschillen schuil tussen sectoren, organisaties en medewerkers onderling.
Dat blijkt uit cijfers van arbodienstverleners ArboNed en HumanCapitalCare, beide onderdeel van HumanTotalCare en gezamenlijk werkzaam voor circa één miljoen werknemers. Bedrijfsarts en directeur medische zaken Iris Homeijer van HumanCapitalCare waarschuwt dat het dalende gemiddelde een vertekend beeld geeft: achter dat ene getal gaan grote verschillen schuil tussen sectoren, organisaties en werknemers.
Gezondheidszorg en industrie scoren het hoogst
Homeijer wijst op de samenhang met de aard van het werk. In de zorg spelen roosterdruk, beperkte hersteltijd en emotioneel belastende situaties een rol, waardoor medewerkers vaker en langer uitvallen. In andere sectoren ligt de nadruk meer op fysieke belasting of werkdruk.
"Wat werkt in de ene organisatie, werkt niet automatisch in de andere"stelt zij. Een gerichte aanpak vereist daarom kennis van de specifieke omstandigheden binnen een sector of organisatie.
Naast sectorverschillen is er ook een verschil naar bedrijfsgrootte. In het midden- en kleinbedrijf bedraagt het verzuim 4,4%, terwijl de grootzakelijke markt op 5,5% uitkomt.
Verschillen zitten ook binnen de organisatie
Homeijer beschrijft verzuim als iets dat ontstaat in de wisselwerking tussen werk en het leven daarbuiten. Werk is in haar woorden vaak ingericht vanuit één norm, terwijl medewerkers van elkaar verschillen in belastbaarheid en situatie. Dat gegeven vraagt van werkgevers dat zij verder kijken dan de geaggregeerde verzuimcijfers van de eigen organisatie.
Verzuimanalyse op organisatieniveau als aanknopingspunt
Daarbij benadrukt zij het belang van preventie boven herstelanalyse achteraf. Medewerkers spelen daarin zelf ook een rol: door signalen op tijd te delen en bespreekbaar te maken, ontstaat eerder ruimte om bij te sturen. Homeijer omschrijft dat als maatwerk, samen kijken wat werkt en de aanpak daarop aanpassen.
De kern van de boodschap is dat er geen uniforme oplossing bestaat voor verzuim. Verschillen tussen sectoren, organisaties en medewerkers vragen om een aanpak die past bij de organisatie én de mensen die er werken, van sector tot individu.
Bredere context bevestigt structureel hoog verzuim
De kosten voor werkgevers zijn navenant. Een zieke medewerker kost een werkgever gemiddeld 405 euro per dag. De totale kosten voor de Nederlandse economie bedroegen in 2024 ruim 28,5 miljard euro. Die kosten omvatten naast loondoorbetaling ook vervangingskosten, omzetverlies en uitgaven aan arbodienstverlening en interne verzuimbegeleiding. Bij specialistische functies kunnen de verborgen kosten oplopen tot 150 tot 200 procent van de directe loonkosten.
Langdurig verzuim wordt steeds vaker veroorzaakt door psychosociale klachten zoals werkdruk, stress en burn-out. Werkgerelateerd verzuim heeft gemiddeld een duur van 26 werkdagen, tegenover 12 werkdagen voor niet-werkgerelateerd verzuim. In 2024 meldde bijna 52 procent van de werknemers zich minimaal één keer ziek.
Wetgeving en re-integratie als kader
Werkgevers kunnen er ook voor kiezen eigenrisicodrager te zijn voor de Ziektewet en de WGA. Zij nemen dan zelf de begeleiding, re-integratie en uitkeringsbetaling op zich, in plaats van het UWV. Dat vraagt specifieke kennis en extra verantwoordelijkheden, waarvoor veel eigenrisicodragers gespecialiseerde arbodiensten of adviseurs inschakelen.
Wat dit betekent voor de praktijk
Verder lezen

Ziekteverzuim bereikt hoogste niveau in twintig jaar en WIA-vergoedingen starten op 1 september
4 min

Kabinet schrapt arbeidskorting over arbeidsongeschiktheidsuitkering via werkgever per 2027
2 min

Neus(bijholte)kanker door houtstof erkend als beroepsziekte met financiële tegemoetkoming van ruim 27.000 euro
4 min
