Naar inhoud
Alle nieuws

Beleid en wetgeving · 20 juli 2026

Bijstandsnormen en uitkeringsbedragen stijgen per 1 januari 2026

Per 1 januari 2026 gelden nieuwe normen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Alleenstaanden ontvangen maandelijks 1.331,43 euro netto op hun rekening, gehuwden en samenwoners 1.902,02 euro.

Per 1 januari 2026 zijn de normen en bedragen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ aangepast. De bijstandsuitkering voor alleenstaanden stijgt naar 1.401,50 euro bruto per maand, inclusief de reservering voor vakantietoeslag. Gehuwden en samenwoners ontvangen 2.002,13 euro bruto per maand op dezelfde grondslag.

Wat mensen elke maand feitelijk op hun rekening zien, ligt lager: alleenstaanden ontvangen 1.331,43 euro netto, gehuwden en samenwoners 1.902,02 euro netto. Het verschil betreft de ingehouden vakantietoeslagreservering.

Tegelijk stijgt per dezelfde datum het wettelijk minimumloon, van 14,40 euro naar 14,71 euro per uur bij een 36-urige werkweek. Dat minimumloon vormt de basis voor meerdere uitkeringen, waaronder de WIA-vervolguitkering. Ook het maximumdagloon, de bovengrens voor de berekening van uitkeringen als de WW, WIA en Ziektewet, is per 1 januari 2026 vastgesteld op 304,25 euro bruto per dag, wat neerkomt op circa 6.617,44 euro bruto per maand inclusief vakantiegeld.

Bruto en netto naast elkaar: wat ontvangers op hun rekening zien

De gepubliceerde bijstandsnormen bevatten altijd een reservering voor vakantietoeslag. Die reservering wordt apart opgebouwd en later uitbetaald, waardoor het maandelijkse nettobedrag op de bankrekening lager is dan het brutogebruiksbedrag in de normenbrief suggereert.

Voor een alleenstaande is de bruto uitkering inclusief vakantietoeslagreservering 1.401,50 euro per maand. Het bedrag dat maandelijks wordt overgemaakt, is 1.331,43 euro. Bij gehuwden en samenwoners geldt een bruto bedrag van 2.002,13 euro, terwijl het maandelijks ontvangen bedrag 1.902,02 euro bedraagt.

Uitvoerders en casemanagers die dossiers bijhouden, werken doorgaans met beide cijfers: het bruto normbedrag voor berekeningen en toetsen, het netto maandbedrag voor de feitelijke betaling aan de rechthebbende.

Hands holding a small stack of bills and coins, counting money on a worn wooden table.

Minimumloon en maximumdagloon bepalen de bovenkant van het stelsel

De stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2026, van 14,40 euro naar 14,71 euro per uur bij een 36-urige werkweek, werkt door in uitkeringen die aan dat loon zijn gekoppeld. De WIA-vervolguitkering is hiervan een voorbeeld: die is gebaseerd op het wettelijk minimumloon en stijgt mee.

Aan de bovenkant van het stelsel geldt het maximumdagloon als begrenzing. Per 1 januari 2026 is dat vastgesteld op 304,25 euro bruto per dag, wat neerkomt op ongeveer 6.617,44 euro bruto per maand inclusief vakantiegeld. Dit bedrag wordt doorgaans twee keer per jaar aangepast, op 1 januari en 1 juli. Voor werkgevers en casemanagers die uitkeringshoogtes inschatten of eigen risicoberekeningen maken, is het maximumdagloon een praktisch ankerpunt.

Tegemoetkoming arbeidsongeschikten in 2026 aan voorwaarden gebonden

De Tegemoetkoming arbeidsongeschikten wordt in 2026 uitgekeerd aan mensen die op 1 juli recht hebben op een WIA-, WAO- of WAZ-uitkering en minimaal 35 procent arbeidsongeschikt zijn, of een Wajong-uitkering ontvangen. Het bedrag is vastgesteld op 226,28 euro netto. De uitkering is daarmee nadrukkelijk gekoppeld aan een peildatum en een minimale arbeidsongeschiktheidsdrempel.
An empty, quiet supermarket aisle with shelves full of products, bathed in morning light.

Whk-premies stijgen, meer mensen in arbeidsongeschiktheidsregelingen

Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen neemt in de periode 2024-2026 toe, voornamelijk door een structurele groei van het aantal WIA-uitkeringen. Die toename drukt ook op de financiering van het stelsel via de Werkhervattingskas. Het gemiddelde premiepercentage voor de WGA stijgt in 2026 naar 0,96 procent, voor de Ziektewet naar 0,56 procent.

Als achtergrond bij die stijging worden een toenemend aantal jonge mensen met psychische klachten, post-covidsyndroom en een ouder wordende beroepsbevolking genoemd. Werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WGA of Ziektewet, betalen zelf de uitkeringen en regelen de re-integratie, vaak via een particuliere verzekering.

UWV onder druk door oplopende wachttijden voor keuringen

Het UWV kampt al langere tijd met een tekort aan capaciteit voor sociaal-medische beoordelingen. De wachttijden voor WIA-keuringen lopen op tot meer dan een jaar. Medio 2026 wachtten ruim 11.000 mensen langer dan zes maanden op een beoordeling, een stijging ten opzichte van eind 2025.

Om de druk te verlichten, geeft het UWV prioriteit aan beoordelingen voor de WIA en Wajong. Vanaf mei 2026 werkt de uitvoerder samen met private partijen voor Eerstejaars Ziektewetbeoordelingen bij eigenrisicodragers. Voor werkgevers en casemanagers die dossiers beheren, zijn langere doorlooptijden een praktische realiteit waar ze rekening mee moeten houden bij de planning van re-integratietrajecten.

A lone shopping cart parked beside a checkout counter in a dimly lit grocery store.

Loondoorbetaling en poortwachterverplichtingen blijven ongewijzigd

De Wet verbetering poortwachter blijft het kader voor re-integratie bij langdurig ziekteverzuim. Werkgevers zijn verplicht twee jaar lang minimaal 70 procent van het loon door te betalen bij ziekte en moeten actief werken aan re-integratie. Schiet een werkgever tekort, dan kan het UWV een loonsanctie opleggen die kan leiden tot een extra jaar loondoorbetaling.

Een interdepartementaal beleidsonderzoek uit december 2025 beval af om de loondoorbetalingsverplichting terug te brengen van twee naar één jaar, omdat dit een van de meest succesvolle maatregelen is gebleken om ziekteverzuim te verminderen. De tweejaarstermijn blijft daarmee vooralsnog overeind.

Voor arbeidsdeskundigen is de timing van hun inzet een terugkerend aandachtspunt. Zij worden gemiddeld pas in week 42 van een verzuimtraject ingeschakeld. De discussie over vroegere, preventieve inzet om overbelasting en uitval te voorkomen, wint terrein maar heeft nog geen formele vertaling gekregen in de wet- en regelgeving.

Verder lezen