Naar inhoud
Alle nieuws

Beleid en wetgeving · 15 juli 2026

Kabinet wil zelfstandigen verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid met premie van maximaal 171 euro per maand

Het kabinet introduceert een verplichte basisverzekering voor zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid, de BAZ, met een maximale bruto premie van 171 euro per maand. Zowel de Raad van State als het UWV en de Belastingdienst hebben grote bezwaren geuit over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel.

Het kabinet wil zelfstandigen verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid via een nieuwe basisverzekering, de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ). De maximale bruto premie bedraagt 171 euro per maand, gebaseerd op 5,4 procent van de winst. Bij arbeidsongeschiktheid geldt een wachttijd van twee jaar voordat een uitkering ingaat, met een maximum van 70 procent van het inkomen tot het wettelijk minimumloon.

Driekwart van de zelfstandigen is nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Bijna een miljoen zelfstandige ondernemers hebben daarmee weinig tot geen financiële bescherming bij langdurige ziekte of een ongeval. In 2023 had slechts 15,7 procent van de zzp'ers een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een daling ten opzichte van 21,5 procent in 2021. Hoewel 21 procent in 2023 iets geregeld had via bijvoorbeeld een broodfonds of vrijwillige UWV-verzekering, blijft een groot deel kwetsbaar.

Het wetsvoorstel stuit op forse kritiek. De Raad van State noemde het voorstel in december 2025 onuitvoerbaar en niet doelmatig en adviseerde het niet in te dienen of drastisch aan te passen. Ook het UWV en de Belastingdienst hebben aangegeven de regeling nauwelijks te kunnen uitvoeren. Een inwerkingtreding wordt op zijn vroegst in 2027, mogelijk pas in 2030 verwacht.

Premie afhankelijk van winst, uitkering tot maximaal minimumloon

De BAZ is bedoeld als een publiek georganiseerde basisvoorziening, uitgevoerd door het UWV. De bruto premie bedraagt 5,4 procent van de winst, met een maximum van 171 euro per maand. Dat maximumbedrag is gebaseerd op het wettelijk minimumloon van 2025 en wordt geïndexeerd. Hoe lager de winst, hoe lager de premie.

Bij arbeidsongeschiktheid geldt een wachttijd van twee jaar. In die eerste twee jaar is het de eigen verantwoordelijkheid van de zelfstandige om inkomstenderving op te vangen, bijvoorbeeld met eigen spaargeld of de inkomsten van een partner. Na de wachttijd bedraagt de uitkering maximaal 70 procent van het inkomen, met als bovengrens het wettelijk minimumloon. De verzekering loopt door tot de AOW-leeftijd.

Ter illustratie van het financiële risico dat zelfstandigen lopen: voor het overbruggen van vier jaar op minimumloon is al zo'n 100.000 euro nodig. Een 35-jarige met een bruto jaarinkomen van 50.000 euro die blijvend arbeidsongeschikt raakt, zou tot zijn 67e maar liefst 1,6 miljoen euro nodig hebben om dezelfde levensstandaard te behouden.

Close-up of hands carefully organizing small, well-used tools on a workbench.

Wie valt wel en wie valt niet onder de BAZ

De basisverzekering geldt voor zelfstandigen die zich vanwege hun leeftijd of gezondheid niet op de private markt kunnen verzekeren, of alleen tegen een hoge opslag. Zelfstandigen die al een private verzekering hebben, zijn uitgezonderd van de verplichte BAZ. Hetzelfde geldt voor directeur-grootaandeelhouders en zelfstandigen die als werknemer werken en daardoor al voldoende verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid.

De belangrijkste redenen die zelfstandigen noemen voor het niet afsluiten van een private AOV zijn de hoge kosten: 46 procent vindt de premie te hoog en 32 procent kan deze niet betalen. De kosten van een private AOV variëren sterk, afhankelijk van beroep, leeftijd, gezondheid, verzekerd bedrag, wachttijd en looptijd, met premievoorbeelden die uiteenlopen van 46 tot 136 euro per maand.

Naast private AOV's en de toekomstige BAZ bestaan er al alternatieven zoals broodfondsen, waarbij ondernemers maandelijks geld opzij zetten en elkaar bij ziekte schenkingen doen. Broodfondsen kunnen een oplossing bieden voor de wachttijd van twee jaar die de nieuwe basisverzekering kent.

Lange geschiedenis van uitgestelde plannen

De discussie over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen loopt al jaren. Tussen 1998 en 2004 bestond de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), een verplichte verzekering die een uitkering bood tot maximaal 70 procent van het minimumloon. Deze wet werd afgeschaft omdat veel zelfstandigen de premie te hoog en de uitkering te laag vonden.

De huidige plannen voor een verplichte basisverzekering vinden hun oorsprong in het Pensioenakkoord van 2019, waarin een wettelijke verzekeringsplicht werd afgesproken. In 2020 bracht de Stichting van de Arbeid het advies 'Keuze voor zekerheid' uit, met een voorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering met publieke uitvoering en een opt-out voor private verzekeringen. Daarin werd expliciet gekozen voor een afzonderlijk stelsel voor zelfstandigen, los van de WIA voor werknemers, om stelselverandering en tijdverlies te voorkomen. De invoering is sindsdien herhaaldelijk uitgesteld en wordt nu op zijn vroegst in 2027 of zelfs in 2030 verwacht.

Empty, well-organized workbench in a quiet workshop, bathed in soft morning light.

Raad van State en uitvoeringsorganisaties uiten zware kritiek

Het wetsvoorstel heeft stevige tegenwind gekregen vanuit meerdere richtingen. De Raad van State bracht in december 2025 een zwaar negatief advies uit en noemde het voorstel onuitvoerbaar en niet doelmatig. De Raad adviseerde het voorstel niet in te dienen of drastisch aan te passen, en wees op de toenemende complexiteit van het sociale zekerheidsstelsel en de problemen die dit veroorzaakt voor burgers en uitvoeringsinstanties.

Ook het UWV en de Belastingdienst gaven aan de voorgestelde wet nauwelijks te kunnen uitvoeren, gezien hun huidige capaciteitsproblemen en de complexiteit van de regeling. Met name de opt-out mogelijkheid en de samenloop met andere uitkeringen worden als knelpunten gezien.

Het Verbond van Verzekeraars liet weten dat private verzekeraars niet van plan zijn een verplichte AOV met uniforme dekking uit te voeren, omdat dit indruist tegen het principe van verzekeren op basis van wederzijds vertrouwen en kan leiden tot ontevreden klanten. Wel bieden verzekeraars vangnetverzekeringen voor zelfstandigen die moeilijk elders verzekerd kunnen worden.

Zelfstandigenorganisaties reageren verdeeld

Belangenorganisaties voor zelfstandigen zijn niet eensgezind over de plannen. Velen ervaren de verplichte verzekering als betutteling en een inbreuk op de ondernemersvrijheid, en stellen dat het arbeidsongeschiktheidsrisico bij het ondernemersrisico hoort. Er is ook kritiek op het proces: de afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, zonder voldoende inspraak van zelfstandigen zelf.

Sommige organisaties pleiten voor fiscale stimulering van zelfregulering, zoals het opbouwen van een bedrijfsbuffer, in plaats van een verplichte verzekering. Het kabinet benadrukt van zijn kant het belang van een sociaal vangnet om armoede bij arbeidsongeschiktheid te voorkomen, met behoud van ondernemersvrijheid. Zelfstandigen moeten zoveel mogelijk ruimte houden om te ondernemen en hun eigen keuzes te maken, aldus de redenering achter de keuze voor een basisverzekering en niet voor een bredere verplichte dekking.

A self-employed worker, seen from behind, surveying a finished plumbing installation in a room.

Betekenis voor de praktijk

Voor arbeidsdeskundigen, casemanagers en andere professionals die werken met zelfstandigen die uitvallen door ziekte of letsel, verandert de BAZ het speelveld. De wachttijd van twee jaar sluit aan bij de systematiek die ook voor werknemers geldt, maar de re-integratieregels die voor werknemers gelden, zoals de Wet verbetering poortwachter en de Ziektewet, zijn op zelfstandigen niet van toepassing, tenzij zij zich vrijwillig via het UWV hebben verzekerd. Het arbeidsdeskundig vak speelt een rol bij het beoordelen van belastbaarheid en het adviseren over re-integratie en aanpassingen in de werksituatie, ook voor zelfstandigen. Of en hoe de BAZ die rol formeel vormgeeft, is in het huidige wetsvoorstel nog een open vraag.

Verder lezen