Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert terecht WIA-uitkering aan schoonmaakster omdat eigen werk passend is binnen vastgestelde belastbaarheid
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante niet arbeidsongeschikt is. Appellante wordt geschikt geacht voor haar eigen werkzaamheden. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:960
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 15 juli 2026
De kern van de uitspraak
Appellante, werkzaam als schoonmaakster voor gemiddeld 12,41 uur per week, meldde zich op 3 oktober 2019 ziek na een verkeersongeval. Na de wachttijd werd haar per 30 september 2021 geen WIA-uitkering toegekend omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een hermelding wegens volledige uitval per 16 september 2021 volgde opnieuw onderzoek. De verzekeringsarts stelde een FML op, waarop de arbeidsdeskundige vaststelde dat appellante geschikt is voor haar eigen werk. Het Uwv weigerde ook in bezwaar een uitkering toe te kennen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar duizeligheidsklachten onvoldoende waren meegewogen. Zij wees op het inzetbaarheidsprofiel van de bedrijfsarts van 12 november 2021, waarin meer beperkingen staan dan in de FML van het Uwv, en op het rapport van medisch adviesbureau Triage van 25 oktober 2022. Zij verzocht de Raad een onafhankelijk deskundige te benoemen.
De Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Met de duizeligheidsklachten is rekening gehouden door in de FML op te nemen dat appellante niet op hoogten kan werken en niet veelvuldig diep voorover kan buigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft inzichtelijk toegelicht waarom verdergaande beperkingen niet zijn aangenomen: er is geen onderliggende pathologie gevonden die de klachten bij het maken van hoofdbewegingen kan verklaren. De KNO-arts spreekt van duizeligheidsklachten e.c.i., dat wil zeggen zonder gevonden oorzaak.
Ten aanzien van het inzetbaarheidsprofiel van de bedrijfsarts bevestigt de Raad vaste rechtspraak: een beoordeling door een bedrijfsarts heeft een ander doel dan de WIA-beoordeling, en de verzekeringsarts is bij het opstellen van de FML niet gehouden tot een bijzondere motivering wanneer de uitkomst afwijkt van die van de bedrijfsarts. Het rapport van Triage is opgesteld in het kader van een letselschadezaak en bevat geen beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet WIA. Omdat er geen twijfel bestaat aan de medische beoordeling, wijst de Raad het verzoek om benoeming van een deskundige af. De arbeidskundige beoordeling, inhoudende dat de belasting van het eigen werk de vastgestelde belastbaarheid niet overschrijdt, laat de Raad eveneens in stand.